Rechtspraak Raad van State 2026-01-21
ECLI:NL:RVS:2026:370
202406452/1/R3. Datum uitspraak: 21 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend in Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, 2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend in Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, appellanten, en 1. het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard, 2. de raad van de gemeente Hoeksche Waard, verweerders. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) vastgesteld voor de toekomstige woningen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland". Dit bestemmingsplan is bij besluit van 17 september 2024 door de raad vastgesteld. Tegen deze besluiten hebben [appellanten] en anderen beroep ingesteld. Het college en de raad hebben een gezamenlijk verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting op 25 november 2025, waar het college en de raad, beide vertegenwoordigd door L. Bos, A. van Bokkem en M. Wierink, zijn verschenen. Verder zijn op de zitting Stichting HW Wonen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en Assink Vastgoed Projectontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partijen gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Op 1 januari 2024 is ook de Aanvullingswet geluid Omgevingswet in werking getreden. Zoals in de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5198, is overwogen, blijft op een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones langs wegen — behoudens provinciale wegen — het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit onherroepelijk is. Maar dan moet die hogere waarde wel zijn vastgesteld ten behoeve van een besluit waarvoor een aanvraag is ingediend of waarvan een ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van die wet. De hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zijn vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland" waarvan het ontwerp op 21 december 2023 ter inzage is gelegd. Dat betekent dat zowel op de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan als op het besluit tot vaststelling van de hogere waarden het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) en de Wgh, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het plan maakt de bouw mogelijk van 50 appartementen in drie bouwlagen met een ontmoetingsplek op de locatie van een voormalige kerk en school aan de Margrietstraat en de Graaf van Egmondstraat in Oud-Beijerland. Aan de noord- en zuidkant van het plangebied zijn parkeerplaatsen voorzien. Initiatiefnemer van het plan is Assink Vastgoed Projectontwikkeling B.V. De woningen zullen worden geëxploiteerd door Stichting HW Wonen. 3. [appellant sub 1] woont aan de Margrietstraat. Zij is het niet eens met de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. 4. [appellant sub 2] en anderen zijn bewoners van de wijk. Ook zij kunnen zich niet vinden in het plan vanwege de bouwmogelijkheden en vrezen voornamelijk voor parkeeroverlast. Besluit hogere waarden 5. [appellanten] en anderen richten hun beroepen mede tegen het besluit van het college van 28 mei 2024, waarbij ho Daarom ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar mocht achten. Voor zover [appellanten] en anderen aanvoeren dat het plan in strijd is met de Omgevingsvisie, overweegt de Afdeling dat de raad in paragraaf 3.4.1 van de plantoelichting voldoende heeft gemotiveerd dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. Het plangebied ligt in het gebied "Dorpse Trots". Zoals de raad heeft toegelicht, gelden de waarden van rust en ruimte voornamelijk in het omliggende landschap. Om die waarden te behouden, is een belangrijk uitgangspunt in de Omgevingsvisie voor "Dorpse Trots" dat woningbouw vooral door inbreiding plaatsvindt. Omdat het plan binnen een bestaande woonwijk ligt, is er sprake van inbreiding. [appellanten] en anderen hebben verder niet gewezen op concrete passages in de Omgevingsvisie waar het plan mee in strijd zou zijn. In wat zij aanvoeren ziet de Afdeling daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd is met de Omgevingsvisie. Het betoog slaagt niet. Privacy 8. [appellanten] en anderen betogen dat het plan een onaanvaardbare aantasting van de privacy van omwonenden tot gevolg heeft. Zij vinden dat in het plan meer waarborgen, zoals het plaatsen van groenafscheidingen of het beperken van balkonlocaties, moeten worden opgenomen om privacy van omwonenden te beschermen. 8.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet leidt tot een onevenredige aantasting van privacy van omwonenden. Volgens de raad kan ook in de bestaande situatie met het kerkgebouw en de school sprake zijn van verder gaande gevolgen voor privacy en inkijk. In de nieuwe situatie is de afstand van de te realiseren appartementen tot de bestaande woningen ongeveer 15 m of meer. Deze afstanden sluiten aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving en zijn niet ongebruikelijk in een stedelijke omgeving. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat in een bestaande woonomgeving enige hinder in de vorm van vermindering van privacy geduld moet worden. Gelet hierop en op het algemene belang bij de ontwikkeling van de appartementen, acht de raad de gevolgen voor de privacy van de omwonenden gerechtvaardigd. Tot slot stelt de raad dat de indeling/inrichting binnen de appartementen niet in het bestemmingsplan wordt vastgelegd. De uitwerking vindt plaats bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. 8.2. De Afdeling stelt vast dat de dichtstbijzijnde woningen op de Graaf van Egmondstraat op ongeveer 13,5 m afstand van het geplande gebouw staan. De dichtstbijzijnde woningen op de Margrietstaat staan op ongeveer 18 m afstand van het geplande gebouw. 8.3. De Afdeling overweegt dat het niet uitgesloten is dat de privacy van omwonenden als gevolg van het plan in enige mate wordt aangetast. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich echter op het standpunt mogen stellen dat het plan ook zonder de door [appellanten] en anderen gewenste waarborgen niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy van bewoners van omliggende woningen. Daartoe overweegt de Afdeling dat een afstand van ongeveer 13,5 m tussen de voorgevel van de dichtstbijzijnde woningen tot het appartementencomplex, hoewel kleiner dan de raad in zijn verweer stelt, binnen een woonwijk geen ongebruikelijke afstand is. Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:491, onder 6.2. De Afdeling neemt ook in aanmerking dat de kerk en de school onder het vorige plan "correctieve herziening Wonen" uit 2014, op vergelijkbare afstanden tot de omliggende woningen gebouwd konden worden en toen dus ook al enige mate van aantasting van privacy bestond. Het betoog slaagt niet. Verkeersgeneratie 9. [appellanten] en anderen betogen dat de raad onvoldoende onderzocht heeft wat de gevolgen zijn van de te verwachten toename aan verkeer voor de veiligheid en het gebruik van de smalle straten. [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de raad alleen a De door de raad gehanteerde parkeernorm wijkt niet af van de parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie, waar de raad bij mag aansluiten. Ook hoeft de raad bij de beoordeling van het plan alleen rekening te houden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het plan. De raad hoeft een bestaand tekort aan parkeerplaatsen niet op te lossen. Dat betekent dat de raad de bestaande parkeerbehoefte van de kerk en de school mag aftrekken van de totaal te verwachten parkeerbehoefte van het nieuwe appartementengebouw. Gelet op het bovenstaande ziet de Afdeling geen gebreken in de berekeningen van de raad. 10.3. Verder overweegt de Afdeling dat de raad wel rekening heeft gehouden met de reeds bestaande parkeerplaatsen binnen het plangebied. De raad heeft hierover toegelicht dat deze parkeerplaatsen, anders dan [appellanten] en anderen aanvoeren, niet zullen verdwijnen. Er komen juist 32 extra parkeerplaatsen bij om te voorzien in de netto parkeerbehoefte van het plan. 10.4. Gelet op bovenstaande overwegingen is de Afdeling van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat wordt voorzien in de parkeerbehoefte van het plan. Het betoog slaagt niet. Geluidoverlast 11. [appellanten] en anderen betogen dat het plan zal leiden tot geluidoverlast. Zij voeren aan dat de raad geen rekening heeft gehouden met de invloed van de toename van verkeersbewegingen als gevolg van het plan op de geluidsbelasting op omliggende woningen. 11.1. De Afdeling overweegt dat de extra verkeersgeneratie als gevolg van het plan van 213 motorvoertuigbewegingen per etmaal niet zo groot is dat de raad aanleiding had moeten zien om de geluidsbelasting op omliggende woningen als gevolg van deze toename te onderzoeken. Voor zover er sprake is van geluidoverlast bij de omliggende woningen vanwege bestaand verkeer, heeft de raad daar bij de vaststelling van het plan geen rekening mee hoeven houden. Het betoog slaagt niet. Bezonning 12. [appellanten] en anderen betogen dat de gevolgen voor de bezonning van omliggende woningen onvoldoende zijn onderzocht. Zij voeren aan dat het bezonningsonderzoek dat als bijlage 10 bij de plantoelichting is gevoegd geen helder inzicht geeft in de gevolgen van de nieuwbouw voor de bezonning van zonnepanelen en leefruimten. Zo is er geen vergelijking gemaakt met de huidige situatie en wordt er geen helder beeld gegeven van het totale aantal zonuren per dag. Ook ontbreekt een expliciete beoordeling volgens de TNO-normen. In een woonwijk als hier aan de orde is, geldt volgens [appellanten] en anderen de strenge TNO-norm die voorschrijft dat er in de periode van 21 januari tot 22 november ten minste drie zonuren per dag zijn. Het is niet duidelijk of aan die norm wordt voldaan en ook de gevolgen voor zonnepanelen zijn niet afgewogen. 12.1. De raad stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van onaanvaardbare schaduwhinder. Volgens de raad is in het bezonningsonderzoek dat is bijgevoegd bij de plantoelichting uitgegaan van de lichte TNO-norm en is in dat onderzoek gebleken dat daaraan wordt voldaan. Initiatiefnemer heeft nog een aanvullend bezonningsonderzoek laten uitvoeren voor meer duidelijkheid. Daaruit blijkt dat bij alle woningen aan de Graaf van Egmondstraat en de Margrietstraat ruimschoots wordt voldaan aan zowel de lichte als de strenge TNO-norm. Tot slot volgt uit jurisprudentie dat de raad niet verplicht is een stedelijke omgeving zo in te richten dat bestaande zonnepanelen optimaal gebruikt kunnen worden. De raad verwijst naar de uitspraken van de Afdeling van 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3982 en 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2081. 12.2. Aan de lichte TNO-norm wordt voldaan als er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Daarbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt. Aan de strenge TNO-norm wordt voldaan als er ged