Rechtspraak Raad van State 2026-01-21
ECLI:NL:RVS:2026:361
202403110/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de verenigingen GEEN N1, Bewonersvereniging Zijkanaal F Halfweg, Vereniging Dorpsraad Zwanenburg-Halfweg, Bewonersvereniging Groote Braak, alle gevestigd in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer, [appellant A], [appellant B] en [appellant C], allen wonend in Amsterdam, en [appellant D], wonend in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer, appellanten (hierna: GEEN N1 en anderen), tegen de uitspraak van de rechtbank NoordHolland van 11 april 2024 in zaak nr. 22/5911 in het geding tussen: GEEN N1 en anderen en de burgemeester van Haarlemmermeer en het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. Procesverloop Bij besluit van 18 maart 2022, gewijzigd bij besluit van 11 april 2022, heeft de burgemeester aan Monumental Productions B.V. een evenementenvergunning verleend voor het Awakenings Festival 2022 op 16 en 17 april 2022 op het evenemententerrein Houtrak in het Recreatieschap Spaarnwoude in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer. Het college heeft als bijlage bij het besluit van 18 maart 2022 een aan Monumental Productions verleende geluidsontheffing voor het Awakenings Festival 2022 meegezonden. Bij besluit van 30 september 2022 heeft de burgemeester het door GEEN N1 en anderen tegen de evenementenvergunning en geluidsontheffing gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 4 januari 2024 heeft het college aan de rechtbank medegedeeld dat besluit voor wat betreft de geluidsontheffing geheel voor zijn rekening te nemen. Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de rechtbank het door GEEN N1 en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben GEEN N1 en anderen hoger beroep ingesteld. De burgemeester en het college en Monumental Productions hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven. GEEN N1 en anderen hebben nader stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2025, waar GEEN N1 en anderen, vertegenwoordigd door [appellant D], vergezeld door mr. P.T. Busker en geluidsdeskundige ing. E. Roelofsen, en de burgemeester en het college, vertegenwoordigd door mr. J.R.S. Adrichem, advocaat in Haarlem, vergezeld door mr. T.A.C. van Diepen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Monumental Productions, vertegenwoordigd door mr. M.L. Diepenhorst, advocaat in Amsterdam, vergezeld door [personen] en geluidsdeskundige ing. R. Westerveld, als partij gehoord. Overwegingen Inleiding 1. Het Awakenings Festival is een jaarlijks terugkerend tweedaags elektronisch muziekfestival op het evenemententerrein Houtrak in Halfweg. In 2022 mocht het festival maximaal 40.000 bezoekers ontvangen. Het festival heeft een verplichte eindtijd van 23:00 uur en er geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen. GEEN N1 en anderen stellen desondanks te veel overlast te ondervinden van het festival en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de verleende evenementenvergunning en geluidsontheffing. Zij wensen niet alleen deze vergunning en ontheffing aan te vechten, maar willen ook de rechtmatigheid van de gemeentelijke regelgeving voor het verlenen van dergelijke vergunningen en ontheffingen aan de orde stellen. 2. Bij het besluit van 30 september 2022 hebben de burgemeester en het college het bezwaar van GEEN N1 en anderen tegen de evenementenvergunning en geluidsontheffing ongegrond verklaard, omdat deze in overeenstemming met de geldende regelgeving zijn verleend. De evenementenvergunning en geluidsontheffing bevatten voorschriften om de overlast bij omwonenden te beperken. Aan het belang bij het doorgaan van het Awakenings Festival komt volgens de burgemeester en het college daarom een groter gewicht toe dan aan het belang van de omwonenden. Omvang van het geschil 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het in deze procedure uitsluitend gaat om de vraag of de evenementenvergunning en geluidsontheffing verleend mochten worden, omdat dat de besluiten De geluidsoverlast heeft dus geen min of meer incidenteel karakter, maar er is sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. En zelfs als sprake zou zijn van een evenement met een incidenteel karakter, mag er geen onduldbare hinder plaatsvinden. Volgens GEEN N1 en anderen is die onduldbare hinder objectief vast te stellen. De rechtbank is in dat verband ten onrechte voorbij gegaan aan de door hen overgelegde notitie van geluidsdeskundige Roelofsen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (hierna: NSG). In het Evenementenbeleid wordt ten onrechte een geluidsnorm van 70 dB(A) gehanteerd en zijn ten onrechte geen dB(C)-normen gesteld voor de lage bastonen en is ten onrechte geen rekening gehouden met de slechte geluidswering van woonarken en woonwagens. GEEN N1 en anderen betogen verder dat, voor zover het Evenementenbeleid niet om bovengenoemde reden in strijd is met artikel 8 EVRM, de geluidsontheffing zelf dat om dezelfde redenen wel is, zodat het college had moeten afwijken van dat beleid. Het college was volgens GEEN N1 en anderen gehouden de gevelisolatie van iedere woning afzonderlijk te onderzoeken. Zij verwijzen in dat verband naar de uitspraak van de Afdeling van 8 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2673). 7.1. Op grond van artikel 8, eerste lid, EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) volgt dat artikel 8 EVRM niet op elke vorm van lawaai van toepassing is. Om binnen de reikwijdte van artikel 8 EVRM te vallen, moet een belanghebbende ten eerste aannemelijk maken dat er sprake was van een daadwerkelijke inmenging van het genot van zijn of haar privé- of gezinsleven of woning, en ten tweede dat een bepaald niveau van ernst is bereikt (bijv. Verein Klimaseniorinnen Schweiz en anderen tegen Zwitserland, arrest van 9 april 2024, ECLI:CE:ECHR:2024:0409JUD005360020, punten 514-516). De gestelde geluidsoverlast moet dus voldoende ernstig zijn om een inbreuk te vormen op het in artikel 8 neergelegde recht. Of dat minimale niveau van overlast, waarbij afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van leven, is bereikt, hangt af van alle omstandigheden van het geval, waaronder de intensiteit en duur van de overlast, de fysieke of mentale gevolgen ervan en de locatie waar het plaatsvindt (bijv. Mileva en anderen tegen Bulgarije, arrest van 25 november 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:1125JUD004344902, punten 90-93). 7.2. In het Evenementenbeleid zijn regels neergelegd voor evenementenlocaties die al in het bestemmingsplan als zodanig zijn aangewezen. De keuze voor een bepaalde locatie kan dus niet (meer) aan de orde worden gesteld. Het college heeft ervoor gekozen voor al die locaties, afhankelijk van de categorie van het evenement, dezelfde algemene geluidsnormen te hanteren. Het college heeft uiteengezet dat voor die normen is aangesloten bij de Nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg uit 1996 (hierna: de Nota Limburg). Deze Nota wordt in de gemeentelijke praktijk gebruikt als handreiking voor het normeren van geluid van evenementen. Volgens de hinderkwalificatietabel in de Nota Limburg is sprake van onduldbare overlast als het geluid binnen de woning hoger is dan 50 dB(A). Rekening houdend met een gevelisolatie van 20-25 dB(A) komt dat neer op een maximaal toelaatbare gevelbelasting van 70-75 dB(A), aldus de Nota. Met de verwijzing naar de door hen overgelegde notitie van de NSG hebben GEEN N1 en anderen geen twijfel gezaaid aan de aanvaardbaarheid van die normering. Integendeel, in die notitie wordt juist geconcludeerd dat in de Nota Limburg terecht aansluiting is gezocht bij ISO-Recommendation R-1996. In de hoogte van de in het Evenementenbeleid vastgestelde normen is daarom geen inbreuk van het in artikel 8 EVRM neergelegde recht gelegen. In de Nota Limburg wordt uitgegaan van een ge Om tegemoet te komen aan de belangen van de omwonenden heeft het college niet alleen de norm van 70dB(A) gesteld, maar bij de geluidsontheffing ook een aantal specifieke voorschriften opgenomen die ervoor moeten zorgen dat geluidshinder van lage bastonen wordt beperkt. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college van omwonenden in redelijkheid mag verwachten dat zij in het kader van evenementengeluid enige in tijd en duur beperkte overlast dulden. Dat er volgens het bestemmingsplan op die locatie meerdere evenementen per jaar mogen plaatsvinden, waardoor de omwonenden het evenementengeluid niet als incidenteel ervaren, ligt, zoals eerder overwogen, in deze procedure niet ter beoordeling voor. Overigens is op de zitting bij de Afdeling duidelijk geworden dat op het terrein Houtrak zelf naast het Awakenings Festival nog één ander categorie C-evenement plaatsvindt. De omwonenden stellen ook hinder te ervaren van evenementen die plaatsvinden op andere terreinen, waarvan een aantal buiten de gemeentegrens van Haarlemmermeer liggen. Het college heeft in redelijkheid geen rekening met die evenementen hoeven houden bij de beoordeling van de aanvraag om een geluidsontheffing voor het Awakenings Festival 2022. 7.7. Aan de geluidsontheffing is onder meer een akoestisch onderzoeksrapport ten grondslag gelegd dat Monumental Productions in het kader van de aanvraag heeft laten uitvoeren. Daarbij zijn berekeningen gemaakt voor de woningen en woonboten in de omgeving. Volgens die berekeningen komen de geluidsniveaus, met inachtneming van de in dat rapport beschreven akoestische maatregelen, niet boven de 69 dB(A) op de gevels. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college in dit geval, waarbij de geluidsniveaus niet boven de norm van 70dB(A) komen en het om een relatief kort evenement gaat, heeft kunnen afzien van een nader locatie-specifiek onderzoek. Uit de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2346) volgt niet dat voor de beoordeling van een evenementaanvraag voor elke nabij gelegen woning een gevelonderzoek moet worden verricht (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 23 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2277). 7.8. De conclusie is dat ook de geluidsontheffing zelf niet in strijd met artikel 8, eerste lid, EVRM is verleend of anderszins de rechterlijke toets niet kan doorstaan. 7.9. De betogen slagen niet. Evenementenvergunning Wettelijk kader 8. Artikel 2.25, eerste lid, van de APV luidt: "Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren." Artikel 1.8, eerste lid, van de APV luidt: "Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu." Hogerberoepsgronden 9. GEEN N1 en anderen betogen dat de opsomming van weigeringsgronden in artikel 1.8, eerste lid, van de APV niet limitatief is. De burgemeester had de evenementenvergunning moeten weigeren in het belang van de bescherming van de natuur ter plaatse. Er is in strijd met het Verdrag van Aarhus onvoldoende informatieverstrekking en participatie van omwonenden in de besluitvorming inzake milieuaangelegenheden (geluid en natuur) geweest. Ook de openbare orde en veiligheid zijn volgens GEEN N1 en anderen niet gediend met het verlenen van de evenementenvergunning, omdat er te veel bezoekers op het festival afkomen. Zij wijzen in dat verband op uitgevoerde evaluaties. Het te hoge bezoekersaantal zorgt niet alleen voor verkeerschaos en -overlast voor de omwonenden, maar ook zijn omwonenden minder goed bereikbaar voor hulpdiensten in geval van calamiteiten. Daarnaast verlaten na afloop van het Awakenings Festival duizenden mensen tegelijk het terrein, wat opnieuw zorgt voor onveilige situaties en overlast, zoals wildplassen en geschreeuw. Ten slotte is het vergunningsvoorschrift over het opruimen van zwerfafval ten onrechte beperkt tot een afstand van 25