Rechtspraak Raad van State 2026-01-21
ECLI:NL:RVS:2026:357
202401248/1/A3. Datum uitspraak: 21 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 januari 2024 in zaak nr. 22/2042 in het geding tussen: [appellant] en het college van gedeputeerde staten van Gelderland. Procesverloop Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) en een aantal documenten openbaar gemaakt. Bij besluiten van 30 juni 2021 en 14 december 2021 heeft het college aanvullende documenten openbaar gemaakt. Bij besluit van 8 maart 2022 heeft het college naar aanleiding van het bezwaar van [appellant] besloten tot aanpassing van de besluiten van 22 april 2021 en 30 juni 2021 en aanvullende documenten openbaar gemaakt. Bij uitspraak van 12 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 november 2025, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. A.M. Wannet, mr. E.A.M. Janssen en R.B.J.M. Rikmanspoel, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] heeft op 18 december 2020 verzocht om openbaarmaking van informatie over ‘het inspectie- en handhavingstraject bedrijfsbrandweer 2019’ en andere incidenten en/of inspecties bij de chemische fabriek Sachem in 2019 en 2020. 1.1. Het college heeft bij het besluit van 22 april 2021 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten. Bij de besluiten van 30 juni 2021 en 14 december 2021 heeft het college op verzoek van [appellant] aanvullende documenten openbaar gemaakt. Bij het besluit van 8 maart 2022 heeft het college beslist op de bezwaren van [appellant] en nogmaals aanvullende documenten openbaar gemaakt. Ook heeft het college de eerdere besluiten aangevuld met een nadere motivering. 2. [appellant] heeft in beroep betoogd dat nog niet volledig aan het Wob-verzoek is voldaan. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank komt het niet ongeloofwaardig voor dat het college niet over meer documenten beschikt. Het college heeft drie keer naar documenten gezocht en op de zitting bij de rechtbank is door het college toegelicht op welke wijze naar de documenten is gezocht. Volgens de rechtbank is daarmee voldoende inzichtelijk gemaakt dat de zoekslagen zorgvuldig en volledig zijn geweest. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat nog meer informatie of documenten onder het college berusten. Toetsingskader 3. Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (hierna: Woo) in werking getreden. Het besluit op bezwaar dat in deze zaak ter beoordeling staat, is genomen op 8 maart 2022, dus voor 1 mei 2022. Dat betekent dat in dit geding de Wob nog van toepassing is. Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1699, onder 1.2). Hoger beroep 4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college volledig heeft voldaan aan het Wob-verzoek en extra zoekslagen niet nodig zijn. [appellant] benoemt een incident van 28 november 2020 bij Sachem dat volgens hem tot intensieve communicatie moet hebben geleid die schriftelijk zou zijn moeten vastgelegd. [appellant] kan en wil niet geloven dat bij een incident van deze omvang alleen mondeling is gecommuniceerd. Verder stelt [appellant] dat op de vastlegging van informatie door bedrijven met een groot risico op zware ongevallen, zoals Sachem, speciale verplichtingen rusten. Zo is er Richtlijn 2012/18/EU betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso III-richtlijn) en de Handreiking ‘Bewaren van e-mail Rijksoverheid’, aldus [appellant]. Ten slotte betoogt [appellant] dat door het college meer in