Rechtspraak Raad van State 2026-01-21
ECLI:NL:RVS:2026:352
202306928/1/R1. Datum uitspraak: 21 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], de erfgenaam van [persoon], wonend in [woonplaats], appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Helmond, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 november 2022 heeft het college onder meer de locatie "Weg op den Heuvel" (AB IV 00045 en AB IV 00046) in Helmond aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s). Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft het college het door [persoon] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [persoon] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 september 2025, waar via een videoverbinding [persoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. Y.J.A.M. Willems en T.P. Saris, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [persoon] woonde aan [locatie] in Helmond in een appartementencomplex, genaamd "De Callenburght". Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 november 2022 heeft het college de locatie "Weg op den Heuvel" (hierna: de locatie) aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s voor de inzameling van huishoudelijk restafval. De locatie bevindt zich tegenover de ingang van het appartementencomplex aan de overzijde van de weg op ongeveer 20 meter afstand van "De Callenburght". Het college is overgegaan tot het aanwijzen van de locatie onder meer in verband met de invoering van het systeem van gedifferentieerde tarieven (Diftar) bij inzameling van huishoudelijk restafval. Dit houdt in dat inwoners van de gemeente een bedrag moeten betalen per aanbieding van hun huishoudelijk restafval. [persoon] was het niet eens met het besluit. Hij heeft daarom beroep ingesteld. Nadat de zitting heeft plaatsgevonden, is [persoon] op [datum] 2025 komen te overlijden. Zijn enige erfgenaam, [appellante], heeft te kennen gegeven de procedure voort te willen zetten. Zij heeft desgevraagd een verklaring van erfrecht overgelegd. [appellante] kan de procedure in eigen naam voortzetten. Intrekking grond 2. Op de zitting heeft [persoon] de grond ingetrokken dat hij onvoldoende is betrokken bij de totstandkoming van de besluiten. De Afdeling geeft daarom geen oordeel over deze grond. Het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020 3. [appellante] betoogt dat het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor het plaatsen van twee ORAC’s in strijd is met het besluit "Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Helmond 2020" (hierna: het Uitvoeringsbesluit). In het Uitvoeringsbesluit staat namelijk dat als een inpandige voorziening voor het inzamelen van restafval aanwezig is, deze inpandige voorziening geldt als inzamelvoorziening. Omdat het appartementencomplex een dergelijke inpandige inzamelvoorziening ter beschikking heeft, kan het college op grond van het Uitvoeringsbesluit niet overgaan tot het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor de plaatsing van ORAC’s. Daarbij komt dat het gebruik van ORAC’s niet leidt tot een doelmatige inzameling van huishoudelijk restafval bij het appartementencomplex, aldus de erfgenaam van [persoon]. 3.1. Wat betreft de vraag of het college met het aanwijzen van de locatie "Weg op den Heuvel" voor de plaatsing van twee ORAC’s heeft gehandeld in strijd met het Uitvoeringsbesluit, overweegt de Afdeling als volgt. 3.2. Artikel 4, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening Helmond 2011 luidt: "Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt." Artikel 1.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit luidt: "Als inzamelmiddel en/of inzamelvoorziening, als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de verordening, wordt aangewezen: […]; b. Voor de inzameling van huishoudelijk restafva