Rechtspraak Raad van State 2026-06-17
ECLI:NL:RVS:2026:3507
Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam aan de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 30 koop- en 119 huurappartementen op een commerciële onderbouw met daaronder een parkeergarage op de voormalige locatie Toernooiveld aan de A. Daalmeijerstraat in Schiedam. De omgevingsvergunning is verleend voor de realisatie van onder meer 149 woningen in twee torens op een onbebouwd deel van de Distillateursbuurt in Schiedam. Deze ontwikkeling is planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan "Toernooiveld". Huisman is gevestigd aan de Admiraal Trompstraat 2 in Schiedam en exploiteert op haar bedrijfslocatie een inrichting voor het ontwerpen en monteren van hijs- en hefwerktuigen, boorinstallaties en andere installaties voor de offshore industrie en pretparkattracties. De werktuigen en installaties worden gemonteerd op schepen die aan haar kade in de Wiltonhaven zijn afgemeerd. Huisman vreest door de realisatie van de woningen in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd. Het gaat haar daarbij met name om de invloed die het zogenoemde nestgeluid van de afgemeerde schepen zal hebben op het geluidniveau in de woningen. 202401509/1/R3. Datum uitspraak: 17 juni 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Huisman Equipment B.V., gevestigd in Schiedam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 januari 2024 in zaak nr. 20/6117 in het geding tussen: Huisman en het college van burgemeester en wethouders van Schiedam. Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college aan de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 30 koop- en 119 huurappartementen op een commerciële onderbouw met daaronder een parkeergarage op de voormalige locatie Toernooiveld aan de A. Daalmeijerstraat in Schiedam. Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college het door Huisman daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 januari 2024 heeft de rechtbank het door Huisman daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft Huisman hoger beroep ingesteld. Het college en Heembouw Wonen B.V. en Heembouw Ontwikkeling Wonen B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Het college, Huisman en Heembouw hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 20 april 2026, waar Huisman, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. drs. W.J.W. van Eijk, advocaat te Den Bosch, en J. van Hees, werkzaam bij Peutz, en het college, vertegenwoordigd door J.W. van der Horst en R.B.F. Alberts, bijgestaan door mr. R. Benhadi, advocaat in Nijmegen, en R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij DCMR, zijn verschenen. Verder is op de zitting Heembouw, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. A. IJkelenstam, advocaat te Amsterdam, en M.J.M. Blankvoort en K. Sant, werkzaam bij Caubergh Huygen, als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 februari 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding 2. De omgevingsvergunning is verleend voor de realisatie van onder meer 149 woningen in twee torens op een onbebouwd deel van de Distillateursbuurt in Schiedam. Deze ontwikkeling is planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan "Toernooiveld", vastgesteld op 9 april 2019. In 2021 heeft Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek de omgevingsvergunning overgedragen aan Heembouw. 3. Huisman is gevestigd aan de Admiraal Trompstraat 2 in Schiedam ten zuidoosten van de voorziene (woningbouw)ontwikkeling. Huisman exploiteert op haar bedrijfslocatie een inrichting voor het ontwerpen en monteren van hijs- en hefwerktuigen, boorinstallaties en andere installaties voor de offshore industrie en pretparkattracties. De werktuigen en installaties worden gemonteerd op schepen die aan haar kade in de Wiltonhaven zijn afgemeerd. Huisman is sinds 1997 op het gezoneerde industrieterrein Schiedam-Zuid gevestigd. Huisman vreest door de realisatie van de woningen in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd. Het gaat haar daarbij met name om de invloed die het zogenoemde nestgeluid van de afgemeerde schepen zal hebben op het geluidniveau in de woningen. Goede procesorde 4. Het college en Heembouw stellen zich op het standpunt dat de nadere stukken die Huisman op 9 april 2026 heeft ingediend vanwege strijd met de goede procesorde buiten beschouwing moeten blijven. 4.1. De Afdeling ziet, mede naar aanleiding van wat op de zitting met partijen is besproken en de bereidheid van Huisman om de na 9 april 2026 gegeven reactie van het college en DCMR eveneens toe te laten, geen aanleiding om de nadere stukken van Huisman van 9 april 2026 buiten beschouwing te laten. Toetsingskader 5. Artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo is het toetsingskader voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’. Dat is een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo houdt in dat het college uitsluitend moet beoordelen of zich één van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Als dat niet het geval is, dan moet het de gevraagde vergunning verlenen. Als dat wel zo is, dan moet het de gevraagde vergunning weigeren. Het college heeft daarbij dus geen ruimte om een belangenafweging te maken. Hoger beroep Bouwbesluit 2012 6. Huisman betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het aannemelijk heeft mogen achten dat het bouwplan voldoet aan artikel 3.3 van het Bouwbesluit 2012 (hierna: het Bouwbesluit). Hiertoe voert zij aan dat er in de akoestische rapporten en notities die het college aan de besluiten ten grondslag heeft gelegd van een onjuiste bedrijfsvoering van Huisman is uitgegaan. De geluidbelasting in de voorziene woningen is door het college om een aantal redenen onderschat. Huisman vreest voor toekomstige handhavingsverzoeken van de nieuwe bewoners, wat negatieve gevolgen kan hebben voor haar bedrijfsvoering. 6.1. Het college en Heembouw stellen zich op het standpunt dat artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan vernietiging van het besluit op bezwaar vanwege deze hoger beroepsgrond over het Bouwbesluit. Hoewel de rechtbank het beroep terecht om inhoudelijke redenen ongegrond heeft verklaard, had de rechtbank al tot die conclusie kunnen komen door het relativiteitsvereiste tegen te werpen aan Huisman. Het college wijst op een aantal uitspraken van de Afdeling waaruit volgens hem naar voren komt dat uitsluitend de bewoners of gebruikers van het gebouw waarvoor de eisen gelden een beroep kunnen doen op de normen uit hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit en anderen kennelijk niet, omdat het gaat om technische voorschriften voor bouwwerken uit het oogpunt van gezondheid. Het college verwijst naar de uitspraken van de Afdeling van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3326, onder 13.3, 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2143, onder 3.1 en 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3206, onder 4.1. Als deze lijn wordt doorgetrokken naar afdeling 3.1 van het Bouwbesluit, meer in het bijzonder artikel 3.3 van het Bouwbesluit, dan volgt daaruit volgens het college dat uitsluitend de bewoners of gebruikers van het gebouw waarvoor de eisen gelden daar een beroep op kunnen doen, want die afdeling heeft hetzelfde beschermingsbereik als de afdelingen uit het Bouwbesluit die in de genoemde uitspraken aan de orde waren.