Rechtspraak
Raad van State
2026-05-20
ECLI:NL:RVS:2026:2911
Bestuursrecht
Hoger beroep
2,501 tokens
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2911 text/xml public 2026-05-20T10:32:09 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-20 202501374/1/A2 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2911 text/html public 2026-05-20T10:17:25 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2911 Raad van State , 20-05-2026 / 202501374/1/A2 Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd. 202501374/1/A2. Datum uitspraak: 20 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 februari 2025 in zaak nr. 24/1244 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Financiën. Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen. Bij besluit van 18 december 2023 heeft de minister, als rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellante] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. J.F. Cheung, advocaat in Rotterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. S. Akkas en mr. M. Bouhoud, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft overwogen dat de minister terecht de weigering van de overname van de schulden bij Simtronic heeft gehandhaafd. Artikel 7:26, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de algemene voorwaarden van Simtronic bepalen namelijk dat betaling geschiedt ten tijde van de aflevering. Aangezien op de zitting bij de rechtbank van 14 november 2024 is gebleken dat de pannensets toen nog niet waren geleverd, zijn de geldschulden van [appellante] bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar geworden, waardoor ze niet in aanmerking komen voor overname in kader van de hersteloperatie toeslagen. Hoger beroep 3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de schulden bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden. De schulden zijn namelijk op 15 juli 2020 opeisbaar geworden, aangezien dit de oorspronkelijke leveringsdatum was. De opeisbaarheid staat volgens [appellante] los van de levering. De rechtbank is er namelijk aan voorbijgegaan dat de pannensets niet zijn geleverd, juist vanwege het niet volledig betalen van de aankoopprijs. 3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5101, onder 7) is een schuld opeisbaar als de schuldeiser nakoming kan vorderen. Omdat de pannensets nog niet zijn geleverd, is niet voldaan aan de voorwaarde dat de schuld aan Simtronic voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank en de conclusie van de minister. Het betoog slaagt niet. Conclusie 4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. 5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier. w.g. Bangma lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rijsdijk griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026 488/705-1197
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2911 text/xml public 2026-05-20T10:32:09 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-20 202501374/1/A2 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2911 text/html public 2026-05-20T10:17:25 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2911 Raad van State , 20-05-2026 / 202501374/1/A2 Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd. 202501374/1/A2. Datum uitspraak: 20 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 februari 2025 in zaak nr. 24/1244 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Financiën. Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen. Bij besluit van 18 december 2023 heeft de minister, als rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellante] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. J.F. Cheung, advocaat in Rotterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. S. Akkas en mr. M. Bouhoud, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft overwogen dat de minister terecht de weigering van de overname van de schulden bij Simtronic heeft gehandhaafd. Artikel 7:26, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de algemene voorwaarden van Simtronic bepalen namelijk dat betaling geschiedt ten tijde van de aflevering. Aangezien op de zitting bij de rechtbank van 14 november 2024 is gebleken dat de pannensets toen nog niet waren geleverd, zijn de geldschulden van [appellante] bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar geworden, waardoor ze niet in aanmerking komen voor overname in kader van de hersteloperatie toeslagen. Hoger beroep 3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de schulden bij Simtronic niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden. De schulden zijn namelijk op 15 juli 2020 opeisbaar geworden, aangezien dit de oorspronkelijke leveringsdatum was. De opeisbaarheid staat volgens [appellante] los van de levering. De rechtbank is er namelijk aan voorbijgegaan dat de pannensets niet zijn geleverd, juist vanwege het niet volledig betalen van de aankoopprijs. 3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5101, onder 7) is een schuld opeisbaar als de schuldeiser nakoming kan vorderen. Omdat de pannensets nog niet zijn geleverd, is niet voldaan aan de voorwaarde dat de schuld aan Simtronic voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank en de conclusie van de minister. Het betoog slaagt niet. Conclusie 4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. 5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier. w.g. Bangma lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rijsdijk griffier Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026 488/705-1197