Rechtspraak
Raad van State
2026-05-08
ECLI:NL:RVS:2026:2632
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
1,056 tokens
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2632 text/xml public 2026-05-13T10:39:10 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-08 BRS.26.001893 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2632 text/html public 2026-05-06T14:59:09 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2632 Raad van State , 08-05-2026 / BRS.26.001893 Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. BRS.26.001893 ECLI:NL:RVS:2026:2632 Datum uitspraak: 8 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 9 april 2026 in zaak nr. NL26.17106 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 april 2026 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026 644
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2632 text/xml public 2026-05-13T10:39:10 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-08 BRS.26.001893 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2632 text/html public 2026-05-06T14:59:09 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2632 Raad van State , 08-05-2026 / BRS.26.001893 Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. BRS.26.001893 ECLI:NL:RVS:2026:2632 Datum uitspraak: 8 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 9 april 2026 in zaak nr. NL26.17106 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 april 2026 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026 644