Rechtspraak Raad van State 2026-04-22
ECLI:NL:RVS:2026:2301
202405505/1/R3. Datum uitspraak: 22 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: Stichting Platform Keelbos, gevestigd in Nuth, gemeente Beekdaelen, appellante, en de raad van de gemeente Midden-Drenthe, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoogspanningsstation TenneT Wijster" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft de stichting beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Stichting Platform Keelbos heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 januari 2026, waar Stichting Platform Keelbos, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door mr. E. Derks, mr. E. Dijkenga en J. Koopman, zijn verschenen. Voorts is op die zitting TenneT TSO B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 27 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een hoog- en middenspanningsstation door TenneT in Wijster. Hiervoor is in het plan aan het grootste deel van de gronden de bestemming "Bedrijf - Nutsvoorziening" toegekend. In de toelichting op het plan staat dat het plan bijdraagt aan de netverzwaring die nodig is voor een succesvolle transitie naar duurzamere energiebronnen. Het plangebied bevindt zich in de zuidhoek van het bedrijventerrein ETP-MERA, nabij Weegbrugweg 4 te Wijster. Naast het plangebied ligt de zogeheten VAM-plas die onder meer wordt gebruikt als homo-ontmoetingsplek (HOP). Uitvoering van het bestemmingsplan zou ertoe leiden dat een deel van de weg die naar de VAM-plas leidt, de Weegbrugweg, en de aan het einde daarvan gelegen draailus die ook als parkeerplaats wordt gebruikt (parkeerplaats), verdwijnen wat ervoor zorgt dat de VAM-plas lastiger bereikbaar is. Aan een deel van de gronden rond de VAM-plas en aan de plek van de parkeerplaats is in het plan de bestemming "Groen - 1" toegekend. Voor de realisering van het plan worden bomen die in een rij aan de oostelijke kant langs de Weegbrugweg staan gekapt. De stichting vreest voor een onaanvaardbare schending van de belangen van de HOP-bezoekers. 3. De relevante wettelijke bepalingen en planregels zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Beroepsgronden Onzorgvuldige belangenafweging 5. De stichting betoogt dat de belangen van de HOP-bezoekers onvoldoende zijn meegewogen. De parkeerplaats en de naastgelegen beplanting zijn een integraal onderdeel van de HOP, omdat de HOP-bezoekers elkaar hier ontmoeten. Daarnaast moeten de HOP-bezoekers door het verwijderen van de parkeerplaats 350 tot 1.350 m lop Verder is er ook geen sprake van overgangsrecht op basis van een voorgaand bestemmingsplan op grond waarvan recreatief gebruik zou zijn toegestaan. Daarnaast ligt de VAM-plas ook voor het grootste gedeelte buiten het plangebied. 6.2. Op grond van de beheersverordening "Bedrijventerrein ETP-META Wijst" golden op de planlocatie voorheen de planregels van het bestemmingsplan "VAM Tweesporenland". De gronden waar het de Stichting Platform Keelbos om gaat, kenden de bestemmingen "Afvalgelieerde bedrijven" en "Groenvoorzieningen". Uit de voorschriften van het bestemmingsplan "VAM Tweesporenland" volgt niet dat de gronden bedoeld waren voor recreatieve doeleinden. 6.3. De Afdeling overweegt dat er onder het voorgaande planologische regime, de beheersverordening, en onder het regime daarvoor, het bestemmingsplan "VAM Tweesporenland" uit 1999, geen recreatieve bestemming op de gronden gold. Omdat het gebruik als HOP is gestart in 2008, kan alleen al hierdoor geen sprake zijn van normaal feitelijk medegebruik of een opgebouwd gewoonterecht. Daarnaast staat het overgangsrecht van de beheersverordening niet toe dat met het bestemmingsplan strijdig gebruik van de gronden wordt voortgezet. Dit betekent dat het gebruik als HOP ten tijde van de vaststelling van het plan niet was toegelaten. Om die reden bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het gebruik van de gronden als HOP in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk had moeten maken. Het betoog slaagt niet. Regenboogbeleid 7. De stichting stelt zich op het standpunt dat de raad in strijd handelt met gemeentelijk beleid. Midden-Drenthe is namelijk een regenbooggemeente die zich sterk maakt voor het verbeteren van de sociale acceptatie, veiligheid, weerbaarheid en emancipatie van haar LHBTIQ+ inwoners. Door geen rekening te houden met de HOP bij vaststelling van het bestemmingsplan, handelt de gemeente in strijd met het beleid van een regenbooggemeente. 7.1. De Afdeling overweegt dat de stichting onvoldoende heeft geconcretiseerd naar welke specifieke beleidsstukken zij verwijst. Er zijn dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het vaststellen van het bestemmingsplan in strijd is met een regenboogbeleid. Hierbij herhaalt de Afdeling dat er verder ook geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de belangen van de HOP-bezoekers onvoldoende zijn meegewogen, zoals onder 5.4 is overwogen. Het betoog slaagt niet. Veiligheid van HOP-bezoekers 8. De stichting betoogt dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt wat de invloed van de recreatieve route is op de veiligheid van de HOP. Vlak langs de HOP loopt een recreatieve route, waar onder meer kinderen gebruik van maken. Kinderen en een HOP kunnen beter gescheiden blijven. Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat de invloed van deze recreatieve route is op de HOP. 8.1. De Afdeling overweegt dat de recreatieve route bij de VAM-plas ligt en zich niet bevindt binnen het deel van het plangebied met de bestemming "Bedrijf - Nutsvoorziening". Dit betekent dat de door de HOP-bezoekers gebruikte locatie aan de VAM-plas niet als gevolg van het met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte hoog- en middenspanningsstation dichter naar de recreatieve route zal verschuiven. De door de stichting geschetste onveilige situaties kunnen dan ook niet het gevolg zijn van dit bestemmingsplan en kunnen dus ook niet aan de vaststelling van dit plan in de weg staan. Het betoog slaagt niet. Schending gelijkheidsbeginsel en grondrechten 9. De stichting betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Zo worden de parkeerplaats en naastgelegen beplanting die onderdeel uitmaken van de HOP wel weggehaald, terwijl parkeerplaatsen en beplanting die géén onderdeel uitmaken van een HOP wel gewoon open mogen blijven. Dit, in combinatie met andere individuele maatregelen die HOP’s ontmoedigen, zorgt ervoor dat er ook sprake is van een schending van het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie in de zin Attero B.V., de eigenaar van de grond waarop de VAM-plas ligt, vindt het onwenselijk dat het terrein als HOP wordt gebruikt. Ook neemt TenneT geen verantwoordelijkheid voor het zoeken naar vervangende toegangswegen naar de HOP met parkeerplaats en deze dan ook in te passen. 11.1. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. 11.2. De Afdeling overweegt dat zowel Attero B.V. als TenneT geen bestuursorganen zijn. Alleen al hierdoor kan de stichting geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel. Het betoog slaagt niet. Conclusie 12. Het beroep is ongegrond. 13. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier. w.g. Bangma lid van de enkelvoudige kamer w.g. Lap griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026 288-1176 BIJLAGE Bestemmingsplan "Hoogspanningsstation TenneT Wijster" Artikel 4.3.1 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen conform paragraaf 4.4 Inrichtingsvoorstel van het landschapsplan zoals opgenomen in Bijlage 1, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen één jaar na het in gebruik nemen van de gronden en bouwwerken ten behoeve van het hoog- en middenspanningsstation uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de groenvoorzieningen conform paragraaf 4.4 Inrichtingsvoorstel van het landschapsplan zoals opgenomen in Bijlage 1, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Bestemmingsplan "VAM Tweesporenland" Artikel 3 1. Doeleinden De op de kaart voor afvalgelieerde bedrijven aangewezen gronden zijn bestemd voor afvalgelieerde bedrijven met de daartoe nodige bebouwing, railverbinding met emplacement, spoorviaduct, los- en laadplaatsen, groenvoorzieningen, watergangen en wegen. […] Grondwet Artikel 1 Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. Artikel 8 Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde. Artikel 9 1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Algemene wet gelijke behandeling Artikel 1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe; b. direct onderscheid: indien een persoon op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat; c. indirect onderscheid: indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen met een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat in ver