Rechtspraak Raad van State 2026-01-14
ECLI:NL:RVS:2026:228
202202145/1/R3. Datum uitspraak: 14 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant] en anderen, allen wonend in Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, appellanten, en de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] en anderen hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 7 augustus 2025, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door F. van der Tempel, en de raad, vertegenwoordigd door H.W. Lauwers, L. Spek-de Blooy en F.G.A. Oldman, zijn verschenen. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 25 november 2021 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de raad het plan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet (hierna: Bu Chw) biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plan is grotendeels een conserverend plan zonder nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied betreft het centrum van Bodegraven, de naastgelegen gronden van brouwerij De Molen en het terrein van Versluys. De belangrijkste aanleiding voor het plan is het verankeren van de centrumvisie in het plan. In de centrumvisie wordt beoogd om een compacter en daarmee beter functionerend en levendiger winkelgebied te creëren. Daarnaast worden de geldende bestemmingsplannen herzien, met het oog op nieuwe beleidstukken op het gebied van archeologie, parkeren en kamerverhuur. Verder heeft de raad in het plan een aantal evenementenlocaties aangewezen. Met het oog op de Omgevingswet heeft de raad de regels over evenementen die gaan over de fysieke leefomgeving en die nu nog in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk staan, overgeheveld naar het plan. 3. De relevante regels van het bestemmingsplan zijn opgenomen in de bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. 4.1. Omdat in dit geval sprake is van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kunnen verder op grond van artikel 7c, eerste lid, onder a en b, van het Bu Chw, in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wro, in het plan ook regels worden gesteld die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van d Volgens hen leidt dit tot onduidelijkheid over de toegestane hoeveelheid evenementen op het Raadhuisplein. 8.1. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat hij met artikel 28.1.3, onder b, van de planregels heeft beoogd te voorzien in een grondslag voor evenementen op het Raadhuisplein, met artikel 28.1.3, onder c, van de planregels heeft beoogd te voorzien in een grondslag voor evenementen op de Oude Markt, en met artikel 28.1.3, onder a, van de planregels heeft beoogd te voorzien in een grondslag voor evenementen in het hele plangebied, met uitzondering van de gronden waaraan de gebiedsaanduiding "overige zone - evenementlocatie Raadhuisplein" (hierna: evenementenlocatie op het Raadhuisplein) en de gebiedsaanduiding "overige zone - evenementlocatie Oude Markt" (hierna: evenementenlocatie op de Oude Markt) is toegekend. Het woord "exclusief" in artikel 28.1.3, onder a, van de planregels moet volgens de raad dus worden geïnterpreteerd als "met uitzondering van". Dat betekent dat artikel 28.1.3, onder a, van de planregels niet van toepassing is op de evenementenlocaties op het Raadhuisplein en de Oude Markt. Naar het oordeel van de Afdeling is dit voldoende duidelijk. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 28.1.3, onder a, van de planregels onduidelijk is. In zoverre slaagt het betoog niet. 8.2. Over het woord "tevens" in artikel 28.1.3, onder b, van de planregels heeft de raad op de zitting toegelicht dat hij daarmee heeft beoogd duidelijk te maken dat op de evenementenlocatie op het Raadhuisplein ook evenementen toegestaan zijn. De raad heeft echter erkend dat het woord "tevens" de indruk kan wekken dat zowel het bepaalde in artikel 28.1.3, onder a, van de planregels als het bepaalde in artikel 28.1.3, onder b, van de planregels van toepassing is op de evenementenlocatie op het Raadhuisplein. De Afdeling is daarom van oordeel dat deze planregel onduidelijk is. Dat betekent dat het plan op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid is vastgesteld. In zoverre slaagt het betoog. Mogelijkheden kermissen onvoldoende beperkt 9. [appellant] en anderen betogen dat de raad in de planregels ten onrechte geen beperkingen heeft opgenomen voor de duur, op- en afbouwtijd en bezoekersaantallen van kermissen, waardoor de kermissen volgens hen weken zouden kunnen duren. Verder wijzen [appellant] en anderen erop dat het plan jaarlijks meer dan twee kermissen in het plangebied mogelijk maakt, omdat artikel 28.1.3, onder b, van de planregels extra kermissen op het Raadhuisplein mogelijk maakt, terwijl op grond van artikel 28.1.3, onder a, onder 2, van de planregels, ook twee kermissen zijn toegestaan in het plangebied buiten het Raadhuisplein en de Oude Markt. 9.1. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat een kermis een evenement is, zodat de hiervoor bedoelde beperkingen die in de planregels voor evenementen zijn opgenomen, ook van toepassing zijn op kermissen. Verder heeft de raad op de zitting toegelicht dat hij beoogd heeft om twee keer per jaar, tijdens de Voorjaarsmarkt en de Najaarsmarkt, een kermis mogelijk te maken. Het is bedoeling dat de kermis plaatsvindt op de evenementenlocatie op het Raadhuisplein en voor een deel in de omgeving van die evenementenlocatie. Daarom heeft de raad in artikel 28.1.3, onder a, van de planregels bepaald dat er maximaal twee kermissen per jaar mogen plaatsvinden in het plangebied. 9.2. De Afdeling stelt vast dat in artikel 28.1.3, onder a en b, van de planregels beperkingen zijn opgenomen voor de dagen en tijdstippen waarop evenementen, inclusief op- en afbouw, mogen plaatsvinden, de duur en de bezoekersaantallen van zowel grootschalige als kleinschalige evenementen op het Raadhuisplein en in het gedeelte van het plangebied dat buiten de gebiedsaanduidingen van het Raadhuisplein en de Oude Markt ligt. De Afdeling acht de toelichting van de raad dat deze voorwaarden ook van toepassing zijn op kermissen toereikend. Voor zover [appellant] en anderen hebben a Tot slot is het op grond van artikel 28.1.3, onder a, onder 11, en artikel 28.1.3, onder b, onder 17, van de planregels niet toegestaan om bij evenementen op zondag muziek en omroepberichten ten gehore te brengen. 11.2. Gelet op de hiervoor beschreven beperkingen voor evenementen op zondag, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen [appellant] en anderen bij het behoud van hun zondagsrust. Het betoog van [appellant] en anderen dat de raad in zijn toelichting in de zienswijzennota ten onrechte naar de inhoud van de centrumvisie zou hebben verwezen, slaagt ook niet. In de centrumvisie is de doelstelling geformuleerd om het centrum aantrekkelijker te maken door er meer een ontmoetingsplek van te maken. De redenering van de raad dat het mogelijk maken van evenementen op zondag hieraan kan bijdragen, is naar het oordeel van de Afdeling begrijpelijk. Het betoog slaagt niet. Oude Markt niet geschikt voor evenementen 12. [appellant] en anderen betogen dat de Oude Markt niet geschikt is als evenementenlocatie. Hiertoe voeren zij aan dat de Oude Markt een kleine locatie is, waardoor het organiseren van evenementen op de Oude Markt leidt tot veiligheidsrisico’s. [appellant] en anderen vinden het onverantwoord dat het plan evenementen met 1000 bezoekers op de Oude Markt mogelijk maakt. Verder voeren [appellant] en anderen aan dat het in strijd met de centrumvisie is om de Oude Markt als evenementenlocatie aan te merken, omdat in de centrumvisie staat dat de Oude Markt niet geschikt is voor evenementen. Ook voorziet het plan volgens hen ten onrechte in de mogelijkheid om ’s avonds evenementen op de Oude Markt te organiseren. 12.1. Artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt. 12.2. Het betoog van een appellant dat een bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat voor andere personen een aanvaardbare veiligheidssituatie niet kan worden geborgd, stuit af op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a van de Awb en kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, tenzij de veiligheidssituatie van derden ook aan zijn eigen veiligheidsbelang raakt. Dat heeft de Afdeling overwogen in de overzichtsuitspraak over het relativiteitsvereiste van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, onder 10.13. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de veiligheidssituatie van derden in dit geval raakt aan het veiligheidsbelang van [appellant] en anderen. Dat betekent dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestemmingsplan vanwege dit betoog, voor zover zij betogen dat bij evenementen op de Oude Markt geen aanvaardbare veiligheidssituatie kan worden geborgd. 12.3. Op pagina 21 van de centrumvisie staat dat de Oude Markt hoofdzakelijk op dagrecreatie wordt ingericht en dat evenementen in de avond op het Raadhuisplein zullen plaatsvinden. Zo is de Oude Markt volgens de centrumvisie geschikt voor evenementen zoals de streekmarkt en is het een mogelijkheid om ook de weekmarkt terug te verplaatsen naar de Oude Markt. Verder heeft de De omstandigheid dat [appellant] en anderen de kerk aan de Oude Markt regelmatig bezoeken, is naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende om een mogelijke aantasting van het belang van het ongestoord kunnen houden van kerkdiensten als een aantasting van hun eigen belangen te beschouwen. De norm van een goede ruimtelijke ordening strekt zich in zoverre niet tot bescherming van de belangen van [appellant] en anderen. Het relativiteitsvereiste staat daarom in de weg aan de vernietiging van het plan vanwege deze beroepsgrond. Evenementen: geluid 14. [appellant] en anderen betogen dat de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt leiden tot strijd met de goede ruimtelijke ordening, omdat zij door deze evenementen geluidsoverlast zullen ervaren. Zij hebben hierover verschillende argumenten aangevoerd, die de Afdeling hieronder zal bespreken. 14.1. De raad heeft in paragraaf 5.2.3 van de plantoelichting toegelicht dat bij de vaststelling van de planregels over geluidbelasting door evenementen aansluiting is gezocht bij de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter 1996" van de inspectie Milieuhygiëne Limburg (hierna: de Nota Evenementen). Uitgangspunt voor de normstelling in de Nota Evenementen is de bescherming van de binnenruimte van geluidsgevoelige objecten tegen geluidhinder. Daarbij dient in een woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk te zijn. Gedurende de dag- en avondperiode mag het geluidsniveau ten gevolge van een evenement in de woning daarom niet hoger zijn dan 50 dB(A). Gedurende de nachtperiode speelt volgens de Nota Evenementen niet alleen de spraakverstaanbaarheid een rol, maar is ook het wel of niet kunnen slapen een belangrijk toetsingscriterium. De raad heeft aan het plan ook het onderzoek "Geluid in de omgeving ten gevolge van evenemententerreinen te Bodegraven" van 9 november 2021, uitgevoerd door Peutz (hierna: het akoestisch onderzoek), ten grondslag gelegd. Uit het akoestisch onderzoek volgt onder andere hoeveel geluid er in de binnenruimten van de woningen rondom de evenementenlocaties optreedt. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij de plantoelichting opgenomen. Meetduur van twee minuten onjuist 15. [appellant] en anderen betogen dat de raad in de normering van de maximale geluidbelasting door evenementen in artikel 28.1.3, onder a, onder 5, onder b, onder 3 en 4, en onder c, onder 2 en 3, van de planregels ten onrechte is uitgegaan van een gemiddelde maximale geluidbelasting bij een meetduur van twee minuten. Hierover voeren zij aan dat bij een wisselende geluidbelasting gedurende twee minuten veel meer ruimte is voor hoge pieken, zonder dat de toegestane gemiddelde geluidbelasting wordt overschreden, dan wanneer wordt uitgegaan van een gemiddelde maximale geluidbelasting bij een meetduur van één minuut. [appellant] en anderen wijzen erop dat bij een evenement in 2018 veel omwonenden geluidoverlast hebben ervaren, terwijl college toen bij het meten van de geluidbelasting is uitgegaan van een gemiddelde geluidbelasting over één minuut. 15.1. De Afdeling stelt vast dat in de planregels is voorgeschreven dat het meten en berekenen van de geluidbelasting in overeenstemming met de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999" (hierna: de Handleiding) moet gebeuren. In de Handleiding zijn eisen geformuleerd waaraan een meting moet voldoen. Een van deze vereisten is dat bij immissiemetingen de minimale meetduur tussen de twee en de vijf minuten moet bedragen. De Afdeling ziet in wat is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad voor de geluidmetingen niet de Handleiding heeft mogen voorschrijven. Het plan is op dit punt dan ook niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening vastgesteld. Het betoog slaagt niet. Duur evenementen in strijd met goede ruimtelijke ordening 16. [appellant] en anderen betogen dat de raad ten onrechte alleen heeft beoordeeld of een geluidbelasting van 70 dB(A) op een woninggevel aanvaardbaar is. Volgens hen ha Verder is de Afdeling van oordeel dat het feit dat in de planregels niet is verankerd voor welke evenementen artikel 28.1.3, onder b, onder 4, van de planregels mag worden toegepast, niet betekent dat het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overweegt de Afdeling dat het vanuit ruimtelijk oogpunt niet relevant is of voor een evenement tijdens de Voorjaarsmarkt of de Najaarsmarkt, of voor een evenement dat op een ander moment op het Raadhuisplein plaatsvindt, toepassing wordt gegeven aan artikel 28.1.3, onder b, onder 4, van de planregels. Daarom is het niet noodzakelijk dat in de planregels wordt vastgelegd voor welke evenementen artikel 28.1.3, onder b, onder 4, van de planregels mag worden toegepast. Het betoog slaagt niet. Geluidproductie bij grootschalige evenementen op het Raadhuisplein ten onrechte niet genormeerd 18. [appellant] en anderen betogen dat in artikel 28.1.3, onder b, onder 3, van de planregels ten onrechte geen voorschrift over de maximaal toegestane geluidproductie bij grootschalige evenementen op het Raadhuisplein is opgenomen. Zij vrezen ervoor dat door het ontbreken van zo’n voorschrift op 20 m van het podium en voor de gevel van woningen hogere geluidniveaus kunnen voorkomen dan de geluidniveaus vermeld in Tabel 1, die is opgenomen bij artikel 28.1.3, onder b, onder 3, van de planregels. 18.1. De Afdeling stelt vast dat in artikel 28.1.3, onder b, onder 3, van de planregels maximale geluidniveaus zijn voorgeschreven voor grootschalige evenementen op het Raadhuisplein. Het betoog van [appellant] en anderen dat de geluidproductie van grootschalige evenementen op het Raadhuisplein niet is genormeerd, mist dan ook feitelijke grondslag. Het betoog slaagt niet. Locatie podia bij evenementen Raadhuisplein ten onrechte niet vastgelegd 19. [appellant] en anderen betogen dat de raad in artikel 28.1.3, onder b, van de planregels ten onrechte niet heeft vastgelegd waar de podia bij evenementen op het Raadhuisplein mogen worden opgesteld. De podia kunnen daardoor op andere plekken worden opgesteld dan waar in het geluidsonderzoek van is uitgegaan, wat er volgens [appellant] en anderen toe leidt dat het geluidniveau in woningen bij grootschalige evenementen hoger kan zijn dan de voorgeschreven 50 dB(A) in de Nota Evenementen. 19.1. De Afdeling stelt vast dat in Tabel 1, Tabel 2 en Tabel 3, die zijn opgenomen bij artikel 28.1.3, onder b, onder 3, 4 en 8, van de planregels, wordt verwezen naar figuur 4.1 op pagina 10 van het akoestisch onderzoek, dat deel uitmaakt van het plan. In figuur 4.1 is weergegeven waar op het Raadhuisplein Podium A, Podium B en Podium C mogen worden opgesteld. Op grond van artikel 28.1.3, onder b, onder 10, van de planregels is een andere podiumpositie dan Podium A of Podium B alleen toegestaan als met een akoestisch onderzoek wordt onderbouwd dat de geluidniveaus in woningen niet hoger zijn dan de maxima voorgeschreven in artikel 28.1.3, onder b, onder 3, 5 en 8, van de planregels. Bovendien is in artikel 28.1.3, onder b, onder 3, 5 en 8, van de planregels voorzien in maximum voor het toegestane geluidniveau in woningen. De in die bepalingen opgenomen maxima voor het geluidniveau in woningen mogen niet worden overschreden, ongeacht hoe de podia bij een evenement op het Raadhuisplein zijn opgesteld. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad op deze wijze voldoende geborgd dat de binnenruimten van woningen niet aan onaanvaardbare geluidniveaus zullen worden blootgesteld door de geluidbelasting van evenementen op het Raadhuisplein. Het betoog slaagt niet. Normering van het dB(C)-geluidniveau ontbreekt 20. [appellant] en anderen betogen dat de raad in artikel 28.1.3, onder a, onder 5, van de planregels ten onrechte geen normering voor de maximaal toegestane dB(C)-geluidniveaus van kleinschalige en grootschalige evenementen in het hele plangebied, met uitzondering van de Oude Markt en het Raadhuisplein, heeft opgenomen. Verder voeren [appella Een normering van het toegestane dB(C)-geluidniveau in de binnenruimten van die woningen is hiervoor niet vereist. Daarbij merkt de Afdeling op dat bij evenementen op de Oude Markt op grond van artikel 28.1.3, onder c, onder 1, van de planregels ook alleen muziekgeluid van het Achtergrondmuziek Spectrum en het Standaard Popmuziek Spectrum is toegestaan, waardoor de hinder van dreunende bassen door het muziekgeluid beperkt zal blijven. Het betoog slaagt niet. Geluidbelasting in tuinen 21. [appellant] en anderen betogen dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de geluidbelasting in tuinen, waardoor onzeker is of de geluidbelasting van evenementen in tuinen strookt met een goede ruimtelijke ordening. Ook had de raad volgens hen voorschriften over de geluidbelasting in tuinen moeten opnemen. 21.1. Zoals hiervoor onder 14.1 is omschreven, heeft de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan aansluiting gezocht bij de Nota Evenementen. Het uitgangspunt van de normstelling in die nota is de bescherming van de binnenruimte van geluidgevoelige objecten, zoals woningen, tegen geluidhinder. Daarbij moet in een woning, als de ramen en deuren gesloten zijn, een normaal gesprek gevoerd kunnen worden. De Nota Evenementen voorziet echter niet in een norm voor geluidbelasting in tuinen. De raad heeft verder op de zitting toegelicht dat hij een norm voor de geluidbelasting in tuinen niet noodzakelijk acht, omdat de tuinen in de omgeving van de evenementenlocaties voornamelijk aan de achterzijde van de woningen gelegen zijn. Omdat in de planregels normen voor geluidbelasting op de gevels van de woningen geformuleerd zijn, is het volgens de raad aannemelijk dat de geluidbelasting aan de achterzijde van de woningen, in de tuinen, ook aanvaardbaar zal zijn. 21.2. De Afdeling stelt voorop dat er geen wettelijke grens bestaat voor de geluidbelasting in tuinen. De geluidbelasting in tuinen kan echter wel van belang zijn bij het beantwoorden van de vraag of het bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. De Afdeling is van oordeel dat deze vraag in dit geval bevestigend moet worden beantwoord. Daartoe overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft de toegestane geluidbelasting bij alle evenementen die het plan mogelijk maakt op 2 m voor de gevel gemaximeerd. Bij kermissen bedraagt de maximaal toegestane geluidbelasting op 2 m van de gevel op het Raadhuisplein op grond van artikel 28.1.3, onder b, onder 3, van de planregels 78 dB(A). Bij grootschalige evenementen op de Oude Markt is dit op grond van artikel 28.1.3, onder c, onder 2, van de planregels 80 dB(A) en in het overige deel van het plangebied is de maximaal toegestane geluidbelasting op 2 m van de gevels van woningen bij kermissen op grond van artikel 28.1.3, onder a, onder 3, van de planregels 78 dB(A). Bovendien heeft de raad niet alleen beperkingen gesteld aan de toegestane geluidbelasting, maar ook aan het aantal evenementendagen en de tijdstippen waarop de evenementen mogen plaatsvinden. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het plan op dit punt in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daarbij betrekt de Afdeling dat de tuinen rondom de evenementenlocaties zijn gelegen in een centrumgebied, waarin evenementen niet ongebruikelijk zijn. De Afdeling is dan ook van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het niet noodzakelijk is om in de planregels normeringen op te nemen om de toegestane geluidbelasting in tuinen te maximeren. Het betoog slaagt niet. Verstoring van kerkdienst 22. [appellant] en anderen betogen dat evenementen in de buurt van de kerk aan de Oude Markt zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van de kerkdiensten. Hiertoe voeren zij aan dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat de kerk een historisch gebouw is, waardoor de geluidwering minder is. Zoals de Afdeling hiervoor onder 13.2 heeft geoordeeld, is de omstandigheid dat 25.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan een conserverend plan is dat maar beperkt nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, zodat er geen sprake zal zijn van een toename van de parkeerbehoefte ten opzichte van het vorige plan. De aanwijzingen van de Oude Markt en het Raadhuisplein als evenementenlocaties zijn nieuw ten opzichte van het vorige plan, maar het Raadhuisplein was op grond van het evenementenbeleid ook al een evenementenlocatie. Daarbij gaat het volgens de raad, zowel op de Oude Markt als op het Raadhuisplein, om kleinschalige evenementen specifiek voor de bewoners van Bodegraven. Een groot deel van de bezoekers zal dus lopend of met de fiets komen, zodat de parkeerbehoefte niet of nauwelijks zal toenemen. Daarbij is het niet de bedoeling van de raad om bezoekers van buiten Bodegraven aan te trekken. De aanwijzing van ’t Anker als zaalaccommodatie is ook nieuw, maar deze locatie werd ook onder het vorige plan al gebruikt voor onder andere recepties, bruiloften en vergaderingen. 25.2. De Afdeling stelt vast dat het plan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Zo zijn de aanwijzing van ’t Anker als zaalaccommodatie en de aanwijzingen van de Oude Markt en Raadhuisplein als evenementenlocaties nieuw ten opzichte van het vorige plan. Het plan maakt, anders dan [appellant] en anderen betogen, geen nieuwe woningen mogelijk. De Afdeling stelt vast dat de raad voorafgaand aan het vaststellen van het plan geen parkeeronderzoek heeft uitgevoerd. De raad heeft in de nota van zienswijzen alleen toegelicht dat het om incidentele kleinschalige evenementen gaat specifiek voor de bewoners van Bodegraven, waarbij een groot deel van de bezoekers te voet of met de fiets zal komen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad hier ten onrechte mee volstaan. Op voorhand valt namelijk niet uit te sluiten dat de nieuwe ontwikkelingen invloed hebben op de parkeersituatie in het plangebied. Omdat de raad voorafgaand aan het vaststellen van het plan geen onderzoek heeft gedaan naar de bestaande parkeersituatie en de parkeerbehoefte die het plan genereert, is het besluit naar het oordeel van de Afdeling in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. De Afdeling merkt nog op dat het effect van illegale bewoning op de parkeerdruk niet hoeft worden meegenomen in het onderzoek. Dit is een kwestie van handhaving. Het betoog slaagt. Kan er worden voorzien in de parkeerbehoefte? 26. [appellant] en anderen betogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd op welke wijze in de parkeerbehoefte voor de evenementen en kermissen, die op grond van artikel 28.1.3, onder a tot en met c, van de planregels op de Oude Markt en het Raadhuisplein zijn toegestaan, kan worden voorzien. De beschikbare parkeergarages die de raad noemt, zijn volgens [appellant] en anderen niet allemaal geschikt voor (langdurige) evenementen. De parkeergarage onder het Raadhuisplein is in particuliere eigendom en maar een beperkt deel van de dag geopend. Bezoekers van het centrum mogen hier maximaal twee uur parkeren. Daarnaast heeft de raad de aanwezige parkeerplaatsen bij het zwembad ten onrechte meegerekend. Op dagen dat evenementen worden gehouden, is het zwembad ook gewoon in bedrijf. Ook het parkeerterrein bij de ouderenwoonvoorziening De Meent is ten onrechte meegerekend. Van deze parkeerplekken is een groot deel in gebruik door de bewoners, medewerkers en bezoekers. Bovendien heeft de raad ten onrechte niet in zijn afweging betrokken dat de parkeerplaatsen op de Oude Markt niet gebruikt kunnen worden als daar een evenement plaatsvindt. Volgens [appellant] en anderen voorziet het plan dan ook in onvoldoende parkeergelegenheid bij deze evenementen. Dit volgt ook uit hun eigen parkeertellingen die zijn opgenomen in het beroepschrift. Verder is de raad er in de nota van zienswijzen ten onrechte van uitgegaan dat de parkeerplaatsen zich binnen een straal van 500 m van de evenementenlocaties moeten bevinden. Deze afstan De Afdeling overweegt, onder verwijzing naar de overzichtsuitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, onder 10.77, dat regels die strekken tot bescherming van het algemeen belang van het behoud van cultuurhistorische waarden niet strekken ter bescherming van de belangen van een individuele appellant, tenzij de gevreesde aantasting van de cultuurhistorische waarden plaatsvindt in een gebied dat kan worden aangemerkt als de directe woon- en leefomgeving van de appellant. In dat geval bestaat een zo nauwe verwevenheid tussen het belang van appellant bij het behoud van een goede kwaliteit van zijn directe woon- en leefomgeving en het algemene belang dat aan de orde is bij de bescherming van cultuurhistorische waarden, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen kennelijk niet strekken tot bescherming van zijn belang. 29.2. De Afdeling overweegt, gelet op de afstand van de woningen van [appellant] en anderen tot de voormalige begraafplaats en de bebouwing die zich tussen de woningen van [appellant] en anderen en de voormalige begraafplaats bevindt, dat er in dit geval geen sprake is van nauwe verwevenheid. Bescherming van het behoud van de cultuurhistorische waarden van de begraafplaats is dus geen belang waarvoor [appellant] en anderen kunnen opkomen. Het relativiteitsvereiste staat daarom in de weg aan de vernietiging van het plan vanwege deze beroepsgrond. Artikel 17.3.2 van de planregels ten onrechte gewijzigd 30. [appellant] en anderen betogen dat de raad artikel 17.3.2 van de planregels, welke planregel betrekking heeft op de bestemming "Wonen", ten onrechte heeft gewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan. In het ontwerpplan stond in artikel 17.3.2, aanhef en onder a, van de planregels het volgende: "Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.2.1, onder g, teneinde een grotere uitbreiding van het hoofdgebouw toe te staan, mits a. de uitbreiding plaatsvindt binnen het ‘bouwvlak’." In het vastgestelde plan is artikel 17.3.2, aanhef en onder a, van de planregels geschrapt, zodat het college ook uitbreidingen van vrijstaande woningen kan toestaan buiten het bouwvlak. Vrijstaande woningen kunnen daardoor een groot oppervlakte krijgen, waardoor meer mensen in de woningen kunnen wonen en dat kan volgens [appellant] en anderen leiden tot een toename van de parkeerbehoefte. Dit is een verslechtering ten opzichte van het ontwerpplan. Verder betogen [appellant] en anderen dat uit het besluit van 22 februari 2023 tot vaststelling van het plan niet volgt dat de raad amendementen heeft aangenomen ten aanzien van artikel 17.3.2 van de planregels. Het besluit van 22 februari 2023 tot vaststelling van het plan komt dus niet overeen met de daadwerkelijke inhoud van het plan. Dat is volgens [appellant] en anderen niet toegestaan. 30.1. De Afdeling overweegt dat de raad naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve wijzigingen kan aanbrengen in het vastgestelde plan ten opzichte van het ontwerpplan. Die wijzigingen hoeven, anders dan [appellant] en anderen betogen, niet in de vorm van amendementen te worden weergegeven. De Afdeling overweegt daarnaast dat op grond van artikel 17.3.2 van de planregels kan worden afgeweken van artikel 17.2.1, onder g, van de planregels, waarin is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand" uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan. De Afdeling overweegt dat op de zitting is gebleken dat er in artikel 17.2.1 van de planregels verschrijvingen staan. Zo had wat is bepaald in artikel 17.2.1, onder d tot en met g, van de planregels in plaats van de aanduiding d tot en met g de aanduiding 1 tot en met 4 moeten hebben. Wat nu is bepaald in artikel 17.2.1, onder k, van de planregels had de aanduiding "g" moeten hebben. Het is dus niet de bedoeling geweest van de raad dat op grond van artikel 17.3.2 van de planregels kan worden afgeweken van de bepaling dat ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand" uitsluitend vrijs b. Als evenementactiviteiten worden in ieder geval aangewezen: 1. een herdenkingsplechtigheid; 2. een braderie; 3. een optocht; 4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; en 5. een straatfeest of buurtbarbecue. 28.1.2 Normadressaat De regels in dit lid gelden voor de organisator. 28.1.3 Toegestane activiteiten na melding a. Binnen het plangebied, exclusief ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - evenementlocatie Oude Markt' en 'overige zone - evenementen locatie Raadhuisplein', zijn evenementenactiviteiten toegestaan na voorafgaande melding en onder de volgende voorwaarden: 1. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid op dit terrein is muziekgeluid met het Ultra Bass Spectrum, het Standaard Housemuziek Spectrum, het Standaard Dancemuziek Spectrum en het Standaard Popmuziek Spectrum niet toegestaan. Alleen muziek met het Achtergrondmuziek Spectrum en bij het Standaard Popmuziek Spectrum bij een kermis is in dit plangebied toegestaan; 2. ten hoogste 2 keer per jaar mag een kermis in dit plangebied plaatsvinden; 3. de 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van de kermis mag niet meer bedragen dan 78 dB(A) en 88 dB(C) voor de gevel van woningen; 4. de geluidsbronnen van de kermisattracties mogen niet gericht zijn op de dichtstbij gelegen woningen en er dient een afstand van tenminste 10 meter aangehouden te worden tussen de attractie en woningen; 5. bij zowel kleinschalige als grootschalige evenementen, uitgezonderd bij een kermis zie voorschrift 3, is alleen licht versterkte achtergrondmuziek toegestaan. De 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid mogen niet meer bedragen dan 70 dB(A) voor de gevels van woningen; 6. metingen moeten uitgevoerd worden op de meethoogte waar een verblijfsruimte van een woonbestemming zich bevindt op een afstand van 2 meter van de gevel. Daarnaast moeten de metingen voldoen aan de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 behoudens de toeslag voor muziekgeluid, de bedrijfsduurcorrectie, de gevelcorrectie alsmede de meteocorrectie; 7. het betreft een kleinschalig evenement, dat wil zeggen 250 tot 500 bezoekers gelijktijdig, dan wel een grootschalig evenement, dat wil zeggen 500 tot 1500 bezoekers gelijktijdig; 8. het aantal grootschalige evenementen is niet meer dan 5 per jaar en het aantal kleinschalige evenementen is niet meer dan 10 per jaar; 9. het grootschalig evenement duurt maximaal 6 dagen (inclusief op- en afbouw), een kleinschalig evenement duurt maximaal 5 dagen (inclusief op- en afbouw); 10. het evenement vindt plaats op maandag tot en met donderdag tussen 07:00 en 23:00 uur of op vrijdag en zaterdag tussen 07:00 en 24:00 uur, op zondag tussen 13:00 en 20:00 uur; 11. er mogen geen muziek en omroepberichten ten gehore worden gebracht op zondag; b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenementlocatie Raadhuisplein' zijn tevens evenementenactiviteiten toegestaan na voorafgaande melding onder de volgende voorwaarden: 1. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid op dit terrein is muziekgeluid met het Ultra Bass Spectrum en het Standaard Housemuziek Spectrum niet toegestaan. 2. Alleen bij grootschalige evenementen mag muziekgeluid van het Standaard Dancemuziek spectrum ten gehore worden gebracht. 3. De 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus ten gevolge van muziekgeluid bij grootschalige evenementen mogen niet meer bedragen dan de in tabel 1 weergegeven waarden, waardoor het geluidsniveau in de woningen niet meer zal bedragen dan 50 dB(A). 4. In afwijking van het bepaalde in voorschrift 3 mag voor maximaal 4 grootschalige evenementdagen gedurende maximaal 4 aaneengesloten uren de 2 minuten gemiddelde geluidsniveaus niet meer bedragen dan de in tabel 2 weergegeven waarden, waardoor het geluidsniveau in de woningen niet meer zal bedragen dan 60 dB(A). 5. De 2 minuten gemiddelde geluid