Rechtspraak Raad van State 2026-04-22
ECLI:NL:RVS:2026:2271
202403327/3/R3. Datum uitspraak: 22 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1] en anderen (hierna samen en in enkelvoud: [appellant sub 1]), wonend in Damwâld, gemeente Dantumadiel, 2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], wonend in Damwâld, gemeente Dantumadiel, appellanten, en de raad van de gemeente Dantumadiel, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4537, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Damwâld - Woningen Camstrastrjitte" te herstellen. Bij besluit van 9 december 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Damwâld- Woningen Camstrastrjitte" opnieuw en gewijzigd vastgesteld (het herstelbesluit). [appellanten sub 2] hebben hierover een zienswijze naar voren gebracht. De raad en [appellanten sub 2] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Overwegingen Tussenuitspraak 1. Het plan waarover de Afdeling tussenuitspraak heeft gedaan, voorziet in de ontwikkeling van zes woningen op een deel van een bestaande groenstrook op de hoek van de Ald Mear met de Camstrastrjitte in Damwâld. 2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat het besluit van 26 maart 2024 niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, omdat niet kon worden vastgesteld of op de zienswijze van [appellant sub 1] was gereageerd. Onder 7.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling verder overwogen dat, omdat de raad de op de gronden van het plangebied gevestigde erfdienstbaarheid niet heeft betrokken bij de voorbereiding op het plan, het plan ook om die reden niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. 3. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil heeft de Afdeling in de tussenuitspraak aanleiding gezien om de raad op grond van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op te dragen om de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken te herstellen. Tussenconclusie 4. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, zijn de beroepen van [appellanten sub 2] en [appellant sub 1] tegen het besluit van 26 maart 2024 gegrond. Dit besluit dient te worden vernietigd. Het herstelbesluit van 9 december 2025 5. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 9 december 2025 het bestemmingsplan "Damwâld- Woningen Camstrastrjitte" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Het herstelbesluit wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb, geacht onderwerp te zijn van dit geding. Dit betekent dat van rechtswege een beroep van [appellanten sub 2] en [appellant sub 1] tegen dit besluit is ontstaan. 6. De raad heeft met het herstelbesluit het bij het bestemmingsplan gevoegde beplantingsplan, waarvan de uitvoering en instandhouding als voorwaardelijke verplichting is verbonden aan het gebruik van de gronden van het plangebied, gewijzigd. In dat beplantingsplan is met het herstelbesluit aan de noordzijde van het plangebied voorzien in een alternatief tracé vanaf de Ald Maer richting onder meer het perceel van [appellanten sub 2], ten behoeve van hun erfdienstbaarheid. Het beroep van rechtswege van [appellant sub 1] 7. [appellant sub 1] heeft naar aanleiding van het herstelbesluit geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellant sub 1] geen bezwaren heeft tegen het herstelbesluit van 9 december 2025. 8. Het beroep van [appellant sub 1] gericht tegen het herstelbesluit is ongegrond. Het beroep van rechtswege van [appellanten sub 2] 9. [appellanten sub 2] betogen dat de plantoelichting onjuist en onduidelijk is. Daarover voeren zij aan dat in paragraaf 6.1 van de plantoelichting staat dat de mogelijkheid om aan de noordzijde van het plan Gelet op het voorgaande wijkt de door de raad beoogde planregeling die gepubliceerd is op ruimtelijkplannen.nl af van het plan zoals de raad dat blijkens het herstelbesluit heeft vastgesteld. Dat betekent dat onvoldoende duidelijk is hoe de erfdienstbaarheid in het plan is geborgd. Het herstelbesluit en het plan, in onderlinge samenhang bezien, zijn daarom in zoverre in strijd met de rechtszekerheid. In zoverre slaagt het betoog. 9.5. De Afdeling ziet in het kader van de finale geschilbeslechting aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, omdat niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad. De Afdeling zal in dat kader wat betreft dit gebrek zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat het beplantingsplan bij de planregeling dat door de raad is beoogd vast te stellen, en dat is gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl, geldt. Aangezien de breedte van het alternatieve tracé daardoor 4 m dient te bedragen wordt daarmee aan het betoog van [appellanten sub 2] dat het tracé te smal is tegemoetgekomen. 10. Gelet op overweging 9.4 zijn het herstelbesluit en het plan in onderlinge samenhang bezien, voor zover het gaat om het als bijlage 2 bij de planregels gevoegde beplantingsplan, in strijd met de rechtszekerheid. Het beroep van [appellanten sub 2] tegen het herstelbesluit is gegrond, zodat het besluit in zoverre moet worden vernietigd. 11. Omdat niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden hierdoor in hun belangen zijn geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien, door te bepalen dat deze uitspraak voor wat betreft bijlage 2 bij de planregels, zoals hierna wordt weergegeven, in de plaats treedt van het herstelbesluit, voor zover dit wordt vernietigd. Hierbij betrekt de Afdeling dat de raad bij brief van 24 februari 2026 heeft toegelicht dat hij heeft beoogd bijlage 2 bij de planregels, zoals gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl, vast te stellen. Daarnaast heeft het aan te leggen tracé daarmee de door [appellanten sub 2] gewenste breedte. Proceskosten 12. De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Dantumadiel van 26 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Damwâld - Woningen Camstrastrjitte" gegrond; II. vernietigt dat besluit; III. verklaart het beroep van [appellant sub 1], [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Dantumadiel van 9 december 2025 tot het opnieuw en gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Damwâld - Woningen Camstrastrjitte" ongegrond; IV. verklaart het beroep van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Dantumadiel van 9 december 2025 tot het opnieuw en gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Damwâld- Woningen Camstrastrjitte" gegrond; V. vernietigt het besluit van 9 december 2025 van de raad van de gemeente Dantumadiel tot het opnieuw en gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Damwâld - Woningen Camstrastrjitte" voor zover het ziet op het als bijlage 2 bij de regels gevoegde beplantingsplan; VI. bepaalt dat het beplantingsplan dat als bijlage bij deze uitspraak is gevoegd, waarop het aan te leggen tracé een breedte van 4 m heeft, als bijlage 2 bij de planregels bij het vaststellingsbesluit geldt; VII. bepaalt dat onderdeel VI. van deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 9 december 2025, voor zover dit is vernietigd; VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Dantumadiel tot vergoeding van bij [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 73,63, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft vol