Rechtspraak
Raad van State
2026-04-22
ECLI:NL:RVS:2026:2268
Bestuursrecht
Hoger beroep
4,083 tokens
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2268 text/xml public 2026-05-12T11:20:07 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-22 202402353/1/A3 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2268 text/html public 2026-04-24T09:53:52 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2268 Raad van State , 22-04-2026 / 202402353/1/A3 Bij besluit van 11 augustus 2022 (het noodbevel) heeft de burgemeester van Valkenswaard bevolen de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard en de daarbij behorende gebouwen met onmiddellijke ingang fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. [appellante] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard. Op dit adres stonden [appellante], [partij] en hun zoon ingeschreven. Op 7 juli 2022 werd de auto van [appellante] in brand gestoken ter hoogte van [locatie 2] in Valkenswaard. Op 23 juli 2022 werd de auto die in gebruik was door [partij] in brand gestoken. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Uit de bestuurlijke rapportage van 10 augustus 2022 volgt dat uit eind juli 2022 verkregen informatie kan worden afgeleid dat [partij] al enige tijd door criminelen werd afgeperst. Verder heeft [partij] verklaard dat hij niet weet wie verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen. 202402353/1/A3. Datum uitspraak: 22 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in Valkenswaard, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank OostBrabant van 1 maart 2024 in zaak nr. 23/1393 in het geding tussen: [appellante] en de burgemeester van Valkenswaard. Procesverloop Bij besluit van 11 augustus 2022 (het noodbevel) heeft de burgemeester bevolen de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard en de daarbij behorende gebouwen met onmiddellijke ingang fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. Bij besluit van 18 april 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 maart 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat in Eindhoven, en de burgemeester, vertegenwoordigd door G.M. van Gerven en A.T.W.J van der Linden, zijn verschenen. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. appellante] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard. Op dit adres stonden [appellante], [partij]en hun zoon ingeschreven. Op 7 juli 2022 werd de auto van [appellante] in brand gestoken ter hoogte van [locatie 2] in Valkenswaard. Op 23 juli 2022 werd de auto die in gebruik was door [partij]in brand gestoken. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Uit de bestuurlijke rapportage van 10 augustus 2022 volgt dat uit eind juli 2022 verkregen informatie kan worden afgeleid dat [partij] al enige tijd door criminelen werd afgeperst. Verder heeft [partij]verklaard dat hij niet weet wie verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen. Wel zegt hij te weten dat beide brandstichtingen tegen hem persoonlijk zijn gericht en ook een vermoeden te hebben uit welke hoek het dan zou moeten komen. Tot slot volgt uit de bestuurlijke rapportage dat, na interventie door de reclassering, de voorlopige invrijheidstelling van [partij]is opgeheven en hij per 29 juli 2022 weer is gedetineerd. Ook [appellante] en haar zoon hebben na de autobranden, uit eigen beweging, de woning verlaten. 2. Na een advies hiertoe van de officier van justitie, heeft de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportage op 11 augustus 2022 op grond van artikel 175 van de Gemeentewet bevolen dat [appellante], [partij], hun zoon en alle andere personen die eventueel verblijven in de woning deze moeten verlaten. Daarnaast heeft de burgemeester bevolen de woning fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. Het noodbevel is onmiddellijk in werking getreden voor de duur van één maand. Met het besluit van 18 april 2023 heeft de burgemeester het noodbevel in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering. [appellante] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester op basis van de informatie die hem ter beschikking stond redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen dat er sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden als bedoel in artikel 175 van de Gemeentewet. Daarbij mocht de burgemeester het belang van bescherming van omwonenden zwaarder laten wegen dan het belang van [appellante] op eerbiediging van haar privéleven. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het noodbevel niet verder ging dan noodzakelijk en dat geen minder verstrekkende middelen voorhanden waren. Hoger beroep 4. [ appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden in de woning of de directe omgeving daarvan. Zij voert daartoe aan dat [partij]zich op 29 juli 2022 moest melden in de gevangenis in Lelystad, zodat sindsdien het gevaar was geweken. In de periode daaropvolgend tot aan het noodbevel hebben zich geen incidenten meer voorgedaan. Ook voert [appellante] aan dat als er al sprake zou zijn van een advies van een officier van justitie om de woning te sluiten, dit onverlet laat dat de burgemeester op basis van de gegevens die de burgemeester tot zijn beschikking had niet redelijkerwijs kon concluderen dat sprake was van een ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden. 4.1. Artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet luidt: "In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken." 4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2838) impliceert het criterium "ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden" dat aan de burgemeester beoordelingsruimte toekomt. De rechter moet beoordelen of de burgemeester, op het moment dat hij het noodbevel uitvaardigde, redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat ernstige vrees bestond voor het ontstaan van een noodsituatie als hiervoor bedoeld. Bij deze toetsing dient te worden uitgegaan van de informatie die de burgemeester op dat moment ter beschikking kon staan. 4.3. De burgemeester heeft zich gebaseerd op de bestuurlijke rapportage van de politie van 10 augustus 2022. Hoewel aan een advies van een officier van justitie en de politie in het kader van de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat zwaarwegend gewicht mag worden toegekend, moet de burgemeester een eigen, zorgvuldig voorbereide en draagkrachtig gemotiveerde afweging maken. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2838. 4.4. Niet in geschil is dat de brandstichtingen zijn aan te merken als ernstige wanordelijkheden. Maar de burgemeester heeft het noodbevel pas negentien dagen na de tweede autobrand gegeven. Op dat moment zat [partij]alweer bijna twee weken in detentie. De burgemeester heeft het noodbevel pas gegeven, nadat [appellante] de burgemeester heeft laten weten dat zij samen met haar zoon wilde terugkeren naar de woning. De burgemeester heeft tijdens de zitting van de Afdeling toegelicht dat de ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden voor hem bestond uit de omstandigheid dat de woning werd bewoond. Daarmee was de terugkeer van [appellante] de aanleiding om het noodbevel te geven.
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2268 text/xml public 2026-05-12T11:20:07 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-22 202402353/1/A3 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2268 text/html public 2026-04-24T09:53:52 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2268 Raad van State , 22-04-2026 / 202402353/1/A3 Bij besluit van 11 augustus 2022 (het noodbevel) heeft de burgemeester van Valkenswaard bevolen de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard en de daarbij behorende gebouwen met onmiddellijke ingang fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. [appellante] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard. Op dit adres stonden [appellante], [partij] en hun zoon ingeschreven. Op 7 juli 2022 werd de auto van [appellante] in brand gestoken ter hoogte van [locatie 2] in Valkenswaard. Op 23 juli 2022 werd de auto die in gebruik was door [partij] in brand gestoken. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Uit de bestuurlijke rapportage van 10 augustus 2022 volgt dat uit eind juli 2022 verkregen informatie kan worden afgeleid dat [partij] al enige tijd door criminelen werd afgeperst. Verder heeft [partij] verklaard dat hij niet weet wie verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen. 202402353/1/A3. Datum uitspraak: 22 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in Valkenswaard, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank OostBrabant van 1 maart 2024 in zaak nr. 23/1393 in het geding tussen: [appellante] en de burgemeester van Valkenswaard. Procesverloop Bij besluit van 11 augustus 2022 (het noodbevel) heeft de burgemeester bevolen de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard en de daarbij behorende gebouwen met onmiddellijke ingang fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. Bij besluit van 18 april 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 maart 2026, waar [appellante], bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat in Eindhoven, en de burgemeester, vertegenwoordigd door G.M. van Gerven en A.T.W.J van der Linden, zijn verschenen. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. appellante] is eigenaar van de woning aan [locatie 1] in Valkenswaard. Op dit adres stonden [appellante], [partij]en hun zoon ingeschreven. Op 7 juli 2022 werd de auto van [appellante] in brand gestoken ter hoogte van [locatie 2] in Valkenswaard. Op 23 juli 2022 werd de auto die in gebruik was door [partij]in brand gestoken. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Uit de bestuurlijke rapportage van 10 augustus 2022 volgt dat uit eind juli 2022 verkregen informatie kan worden afgeleid dat [partij] al enige tijd door criminelen werd afgeperst. Verder heeft [partij]verklaard dat hij niet weet wie verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen. Wel zegt hij te weten dat beide brandstichtingen tegen hem persoonlijk zijn gericht en ook een vermoeden te hebben uit welke hoek het dan zou moeten komen. Tot slot volgt uit de bestuurlijke rapportage dat, na interventie door de reclassering, de voorlopige invrijheidstelling van [partij]is opgeheven en hij per 29 juli 2022 weer is gedetineerd. Ook [appellante] en haar zoon hebben na de autobranden, uit eigen beweging, de woning verlaten. 2. Na een advies hiertoe van de officier van justitie, heeft de burgemeester op basis van de bestuurlijke rapportage op 11 augustus 2022 op grond van artikel 175 van de Gemeentewet bevolen dat [appellante], [partij], hun zoon en alle andere personen die eventueel verblijven in de woning deze moeten verlaten. Daarnaast heeft de burgemeester bevolen de woning fysiek en zichtbaar te sluiten en gesloten te houden. Het noodbevel is onmiddellijk in werking getreden voor de duur van één maand. Met het besluit van 18 april 2023 heeft de burgemeester het noodbevel in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering. [appellante] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester op basis van de informatie die hem ter beschikking stond redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen dat er sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden als bedoel in artikel 175 van de Gemeentewet. Daarbij mocht de burgemeester het belang van bescherming van omwonenden zwaarder laten wegen dan het belang van [appellante] op eerbiediging van haar privéleven. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het noodbevel niet verder ging dan noodzakelijk en dat geen minder verstrekkende middelen voorhanden waren. Hoger beroep 4. [ appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake was van ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden in de woning of de directe omgeving daarvan. Zij voert daartoe aan dat [partij]zich op 29 juli 2022 moest melden in de gevangenis in Lelystad, zodat sindsdien het gevaar was geweken. In de periode daaropvolgend tot aan het noodbevel hebben zich geen incidenten meer voorgedaan. Ook voert [appellante] aan dat als er al sprake zou zijn van een advies van een officier van justitie om de woning te sluiten, dit onverlet laat dat de burgemeester op basis van de gegevens die de burgemeester tot zijn beschikking had niet redelijkerwijs kon concluderen dat sprake was van een ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden. 4.1. Artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet luidt: "In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken." 4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2838) impliceert het criterium "ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden" dat aan de burgemeester beoordelingsruimte toekomt. De rechter moet beoordelen of de burgemeester, op het moment dat hij het noodbevel uitvaardigde, redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat ernstige vrees bestond voor het ontstaan van een noodsituatie als hiervoor bedoeld. Bij deze toetsing dient te worden uitgegaan van de informatie die de burgemeester op dat moment ter beschikking kon staan. 4.3. De burgemeester heeft zich gebaseerd op de bestuurlijke rapportage van de politie van 10 augustus 2022. Hoewel aan een advies van een officier van justitie en de politie in het kader van de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat zwaarwegend gewicht mag worden toegekend, moet de burgemeester een eigen, zorgvuldig voorbereide en draagkrachtig gemotiveerde afweging maken. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2838. 4.4. Niet in geschil is dat de brandstichtingen zijn aan te merken als ernstige wanordelijkheden. Maar de burgemeester heeft het noodbevel pas negentien dagen na de tweede autobrand gegeven. Op dat moment zat [partij]alweer bijna twee weken in detentie. De burgemeester heeft het noodbevel pas gegeven, nadat [appellante] de burgemeester heeft laten weten dat zij samen met haar zoon wilde terugkeren naar de woning. De burgemeester heeft tijdens de zitting van de Afdeling toegelicht dat de ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden voor hem bestond uit de omstandigheid dat de woning werd bewoond. Daarmee was de terugkeer van [appellante] de aanleiding om het noodbevel te geven.