Rechtspraak Raad van State 2026-01-14
ECLI:NL:RVS:2026:218
202302590/2/R1. Datum uitspraak: 14 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: Vereniging van Eigenaars gebouw De Witte Olifant, gevestigd in Zaandam, gemeente Zaanstad, en anderen, appellanten, en de raad van de gemeente Zaanstad, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2052, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in de besluiten van 6 april 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" en 30 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herstelbesluit bestemmingsplan Hofwijk Noord fase 1" te herstellen. Bij besluit van 16 oktober 2025 (hierna: herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak de hiervoor genoemde bestemmingsplannen gewijzigd vastgesteld (hierna: herstelplan). De Witte Olifant en anderen en [partij A] en [partij B] hebben daarover zienswijzen naar voren gebracht. [partij A] en [partij B] hebben een reactie ingediend. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing. Tussenuitspraak en conclusie beroep 2. Met het besluit van 30 november 2023 heeft de raad voorafgaand aan de tussenuitspraak naar aanleiding van de beroepen het op 6 april 2023 vastgestelde bestemmingsplan op enkele punten gewijzigd. Dit betekent dat het besluit van 6 april 2023 in zoverre niet zorgvuldig is voorbereid. De raad heeft naar aanleiding van het beroep van De Witte Olifant en anderen het plandeel voor blok 5A opnieuw vastgesteld en daarvoor alsnog een getrapte vormgeving in de verbeelding opgenomen. De Witte Olifant en anderen hebben meegedeeld dat wat betreft de getrapte vormgeving aan de desbetreffende beroepsgrond is tegemoetgekomen, maar niet aan de overige beroepsgronden tegen het plandeel voor blok 5A. De beroepsgronden over de hoogte van blok 5A en de ruimtelijke gevolgen heeft de Afdeling in de tussenuitspraak besproken en daarover heeft zij geoordeeld dat die niet slagen. Verder heeft de Afdeling in de tussenuitspraak naar aanleiding van het beroep van De Witte Olifant en anderen en een partij die het beroep inmiddels heeft ingetrokken, gebreken vastgesteld in de besluiten van 6 april 2023 en 30 november 2023. Onder 10.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad een horecaterras bij blok 5A als wenselijke mogelijkheid heeft gezien. De planregeling hiervoor kent echter juridisch-technische tekortkomingen zodat het plan in zoverre niet zorgvuldig is voorbereid. Onder 11.4 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling dit in vergelijkbare zin voor de gewenste mogelijkheid van een buitenspeelruimte bij een kinderdagverblijf in blok 5A overwogen. 2.1. Gelet op wat De Witte Olifant en anderen hebben aangevoerd, is het besluit van 6 april 2023 genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van De Witte Olifant en anderen is gegrond, zodat dit besluit moet worden vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd - 1" voor blok 5A en de plandelen met de bestemmingen "Tuin" en "Groen - 1", beide met de functieaanduiding "terras", aan de westzijde van het plandeel met de bestemming "Gemengd - 1" voor blok 5A. Het beroep van rechtswege van De Witte Olifant en anderen tegen het besluit van 30 november 2023 is ongegrond. Dat besluit ziet, voor zover relevant, namelijk alleen op het plandeel voor blok 5A zelf en niet op de plandelen met de bestemmingen "Tuin" en "Groen - 1" voor de aangrenzende gronden. Uit wat de Afdeling onder 8.2 en 9.1 van de tusse De afstand van de rand van het plandeel voor de buitenruimte tot het woongebouw van De Witte Olifant en anderen varieert van ongeveer 16 tot 34 m. Tussen de gronden voor de buitenruimte en het woongebouw liggen gronden met een groenbestemming en een doorgaande weg. De afstand voldoet in zoverre aan de richtafstand in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van 10 m in gemengd gebied zodat in beginsel bij woongebouw De Witte Olifant kan worden uitgegaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Afdeling verwijst naar een vergelijkbare overweging voor de functies horeca en kinderdagverblijf in blok 5A onder 10.2 en 11.3 van de tussenuitspraak. Ondanks dat wordt voldaan aan de aanbevolen richtafstanden en volgens de systematiek van de VNG-brochure in beginsel kan worden afgezien van akoestisch onderzoek (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1183, onder 14 en volgende), is voor het gebruik van de buitenruimte toch zo’n onderzoek gedaan. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het akoestisch onderzoek ‘Vestiging van een kinderdagverblijf of een terras voor Blok 5a in het plan Hofwijk Noord, Fase 1 te Zaandam’ van 6 december 2022 van Dethmers geluidadvies. Stemgeluid is bij dat onderzoek betrokken. Er is uitgegaan van een gebruik dat maximaal mogelijk is op het terras en de buitenspeelplaats. De Witte Olifant en anderen hebben de in het onderzoek gehanteerde uitgangspunten niet bestreden. Uit het onderzoek volgt dat op de gevel van het woongebouw De Witte Olifant door piekgeluiden op een horecaterras in de avonduren een overschrijding optreedt van 2 dB van de geluidsnorm van 65 dB(A) uit het stappenplan van de VNG-brochure. Aanvullend heeft Dethmers nog een notitie van 24 juli 2023 opgesteld, waar de raad in het verweerschrift naar verwijst. De overschrijding zal volgens Dethmers niet leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch binnenklimaat bij het woongebouw De Witte Olifant omdat de geluidwering van de gevel van dat gebouw 4 tot 5 dB beter is dan eerder werd verondersteld. De Witte Olifant en anderen hebben dit niet bestreden. Verder doet een overschrijding van piekniveaus door een buitenspeelruimte zich overdag bij het woongebouw niet voor. Evenmin zijn overschrijdingen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau door een horecaterras of buitenspeelruimte bij het woongebouw aan de orde. De Witte Olifant en anderen hebben de resultaten van het geluidonderzoek en de notitie niet inhoudelijk onderbouwd bestreden en hebben ook geen tegenadvies van een geluidsdeskundige overgelegd. Gelet hierop, heeft de raad kunnen uitgaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het woongebouw De Witte Olifant. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het herstelbesluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep van rechtswege van De Witte Olifant en anderen tegen het herstelbesluit is ongegrond. Gevolg van de uitspraak 5. Dit betekent dat het planologische kader voor de planontwikkeling dat wordt gevormd door de drie vastgestelde bestemmingsplannen, in rechte komt vast te staan. Het gemeentebestuur en de ontwikkelaars kunnen aan de ontwikkeling van het project Hofwijk Noord fase 1 uitvoering geven. Proceskosten 6. De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van Vereniging van Eigenaars gebouw De Witte Olifant en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Zaanstad van 6 april 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" gegrond; II. vernietigt dit besluit voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Gemengd - 1" voor blok 5A en de bestemmingen "Tuin" en "Groen - 1", beide met de functieaanduiding "terras", aan de westzijde van het plandeel met de bestemming "Gemengd - 1" voor blok 5A; III. verklaart het beroep van Vereniging van Eigenaars gebouw De Witte Olifant en anderen tegen de besluiten van de raad van de gemeente Za