Rechtspraak Raad van State 2026-04-15
ECLI:NL:RVS:2026:2078
202404891/1/R2. Datum uitspraak: 15 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellante], gevestigd in [plaats], appellante, en de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38 Geldrop" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 september 2025, waar zijn verschenen: - [appellante], vertegenwoordigd door mr. T.J.J. Slegers, advocaat in Eindhoven, en [persoon], - de raad, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam en mr. M.M.A.B. Vermeulen, beiden advocaat in Nijmegen, en ing. J.H. Kantelberg, - Emway B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde]. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een complex met 81 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan Mierloseweg 28-38 in Geldrop. De bestaande bebouwing zal daarvoor worden gesloopt. De initiatiefnemer van deze ontwikkeling is Emway B.V. 3. [appellante] is eigenaar van het perceel aan De Bleekvelden 30. Dit perceel grenst aan het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt. 4. De gemeente heeft de ambitie om locatie De Bleekvelden te transformeren naar een woongebied. Daarvoor zijn vier ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd, waarvan er drie door de raad zijn vastgesteld. Tegen al deze drie bestemmingsplannen heeft [appellante] beroep ingesteld. Het betreft dit bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38" en de bestemmingsplannen "Mierloseweg 40" en "Bleekvelden 1-26". Het vierde ontwerpbestemmingsplan ziet onder meer op het perceel van [appellante]. De raad heeft toegelicht dat op langere termijn de verplaatsing van de Gamma naar bedrijventerrein De Barrier of een andere locatie wordt beoogd. Het perceel van [appellante] zal dan vervolgens ook worden bestemd voor woningbouw. Toetsingskader 5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Beroepsgronden Planbegrenzing 6. [appellante] betoogt dat de gekozen planbegrenzing in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De gemeente heeft de ambitie om het gebied De Bleekvelden te transformeren naar een wo Het besluit is daarom in strijd met artikelen 7.16 en volgende van de Wet milieubeheer genomen. Het betoog slaagt. 7.2. Het college heeft alsnog een mer-beoordelingsbesluit genomen op 2 september 2025. Het geconstateerde gebrek is in zoverre hersteld. De Afdeling zal hierna onder de conclusie bezien tot welke gevolgen dit moet leiden. Omdat het mer-beoordelingsbesluit inmiddels is genomen, ziet de Afdeling aanleiding om de beroepsgronden verder inhoudelijk te beoordelen. De Afdeling betrekt daarbij het mer-beoordelingsbesluit. 7.3. De Afdeling overweegt dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat er tussen het voorliggende plan en de andere ontwikkelingen op locatie De Bleekvelden niet een zodanige samenhang bestaat dat de ontwikkelingen voor de toepassing van de m.e.r.-regelgeving één activiteit vormen. De Afdeling volgt daarin het standpunt van de raad dat geen sprake is van een financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3312, onder 9.1). De omstandigheid dat voor het geheel wel één beeldkwaliteitsplan is opgesteld, betekent niet dat er een zodanige samenhang is tussen de diverse ontwikkelingen dat deze tezamen moeten worden beschouwd als één stedelijk ontwikkelingsproject. Het betoog slaagt in zoverre niet. 7.4. Anders dan [appellante] betoogt, bestaat de motivering van de mer-beoordeling niet uit een enkele verwijzing naar sectorale onderzoeken. De raad heeft in paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting aan de hand van onder meer de criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn gemotiveerd dat er geen belangrijke gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Dat betreft een integrale beoordeling van de gevolgen van het project voor het milieu. Voor deze motivering is wel gebruik gemaakt van sectorale onderzoeken, maar dat is ook gebruikelijk. In paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting staat onder meer dat er geen cumulatie is met andere projecten. Als bijlage bij het mer-beoordelingsbesluit is opgenomen het door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant opgestelde rapport "Cumulatieve milieueffecten bestemmingsplannen Mierloseweg 40, Mierloseweg 28-38 & De Bleekvelden 1-26" van 22 augustus 2025. Hierin is nader omschreven waarom er geen sprake is van een relevante cumulatie van milieugevolgen van de diverse op De Bleekvelden voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. De inhoud van dit rapport heeft [appellante] verder niet weersproken. Naar het oordeel van de Afdeling is deugdelijk gemotiveerd dat kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Er hoefde dus geen MER te worden opgesteld. Het betoog slaagt in zoverre niet. Verkeer 8. [appellante] betoogt dat de gevolgen voor het verkeer niet deugdelijk zijn gemotiveerd. Volgens [appellante] heeft de raad alleen gemotiveerd dat de huidige infrastructuur de toename van het aantal verkeersbewegingen kan verwerken. Daarbij heeft de raad miskend dat sprake is van een transformatiegebied. Onduidelijk is daarom wat onder de huidige infrastructuur moet worden verstaan. 8.1. Het aantal verkeersbewegingen neemt toe met afgerond 273 tot 318 verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie, volgens de berekening in paragraaf 5.6.1 van de plantoelichting. De berekening van de verkeersgeneratie heeft [appellante] niet weersproken. De raad heeft op de zitting nader toegelicht dat de straat De Bleekvelden opnieuw wordt ingericht en een capaciteit heeft van 4.000-6.000 mvt/etm. [appellante] heeft op de zitting onderschreven dat sprake is van een beperkte toename en dat de straat De Bleekvelden het verkeer zonder problemen kan verwerken. Het betoog slaagt niet. Parkeren 9. [appellante] betoogt dat niet inzichtelijk is gemaakt dat er na realisatie van de drie woningbouwprojecten op De Bleekvelden voldoende parkeerplaatsen in openbaar gebied aanwezig zijn om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Het lijkt