Rechtspraak
Raad van State
2026-03-31
ECLI:NL:RVS:2026:1876
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
674 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1876 text/xml public 2026-04-08T11:33:16 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-31 202600902/2/A3 Uitspraak Mondelinge uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1876 text/html public 2026-04-03T08:23:46 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1876 Raad van State , 31-03-2026 / 202600902/2/A3 Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2026. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Ter zitting is gebleken dat voldaan is aan de vereisten voor het aannemen van wonen in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder o, van de Wet basisregistratie personen. Het feit dat [verzoeker] niet de bedoeling heeft om permanent in de recreatiewoning te blijven wonen doet hier niet aan af. Omdat de aangevallen uitspraak naar verwachting stand zal houden bestaat geen aanleiding de gevraagde voorziening te treffen. 202600902/2/A3. Datum uitspraak: 31 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de voorzieningenrechter) op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend in Voorthuizen, verzoeker, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (de rechtbank) van 24 februari 2026 in zaken nrs. 26/859 en 26/860 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Barneveld. Openbare zitting gehouden op 31 maart 2026 om 15:00 uur. Tegenwoordig: staatsraad: mr. C.J. Borman, de voorzieningenrechter griffier: mr. W. Dijkshoorn Verschenen via een digitale verbinding: [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr. L.P. Berg. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2026. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorziening. Gronden Ter zitting is gebleken dat voldaan is aan de vereisten voor het aannemen van wonen in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder o, van de Wet basisregistratie personen. Het feit dat [verzoeker] niet de bedoeling heeft om permanent in de recreatiewoning te blijven wonen doet hier niet aan af. Omdat de aangevallen uitspraak naar verwachting stand zal houden bestaat geen aanleiding de gevraagde voorziening te treffen. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Dijkshoorn griffier 735