Rechtspraak
Raad van State
2026-04-03
ECLI:NL:RVS:2026:1861
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
573 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1861 text/xml public 2026-04-08T11:33:20 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-03 BRS.26.001233 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1861 text/html public 2026-04-01T16:34:45 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1861 Raad van State , 03-04-2026 / BRS.26.001233 Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld. BRS.26.001233 ECLI:NL:RVS:2026:1861 Datum uitspraak: 3 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 9 maart 2026 in zaak nr. NL26.9780 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister verzoeker in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 9 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de maatregel van bewaring op te heffen. 2. Het is op dit moment niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom heft de voorzieningenrechter de maatregel niet op. 3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Willems voorzieningenrechter w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026 846