Rechtspraak
Raad van State
2026-03-30
ECLI:NL:RVS:2026:1776
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
558 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1776 text/xml public 2026-04-01T10:33:53 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-30 BRS.26.001172 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1776 text/html public 2026-03-26T15:33:47 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1776 Raad van State , 30-03-2026 / BRS.26.001172 Bij besluit van 11 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. BRS.26.001172 ECLI:NL:RVS:2026:1776 Datum uitspraak: 30 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 16 februari 2026 in zaak nr. NL25.21050 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 11 april 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van verzoeker beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen. 2. De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026 846