Rechtspraak
Raad van State
2026-03-25
ECLI:NL:RVS:2026:1726
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1726 text/xml public 2026-03-25T10:33:10 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-25 202501248/1/R1 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1726 text/html public 2026-03-25T10:17:57 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1726 Raad van State , 25-03-2026 / 202501248/1/R1 Bij besluit van 11 december 2024 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren" vastgesteld. [appellant] heeft agrarische percelen nabij [locatie] in Susteren. [appellant] kan zich niet vinden in de toekenning van een bouwvlak op het perceel [locatie]. [appellant] vreest voor een beperking in zijn bedrijfsvoering, aangezien hij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Op 4 juni 2024 is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning aan de [locatie] waar eveneens door [appellant] tegen is opgekomen en die tot op heden nog niet onherroepelijk is. [maatschap] is gevestigd op het perceel en tevens vergunninghouder van de omgevingsvergunning van 4 juni 2024. Zowel de raad als [maatschap] voeren aan dat [appellant] niet-ontvankelijk is in het beroep aangezien hij zijn beroepschrift te laat heeft ingediend. Volgens de raad is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding, omdat de vergunning expliciet is benoemd in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen en [appellant] het vastgestelde plan had moeten raadplegen. 202501248/1/R1. Datum uitspraak: 25 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend in [woonplaats] (België), appellant, en de raad van de gemeente Echt-Susteren, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 11 december 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [maatschap] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De raad heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. ing. R.P.H. Sangers, advocaat in Heerlen, en de raad, vertegenwoordigd door N. Wijnen, digitaal zijn verschenen. Voorts is ter zitting [maatschap], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door [persoon], digitaal als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. [appellant] heeft agrarische percelen nabij [locatie] in Susteren. [appellant] kan zich niet vinden in de toekenning van een bouwvlak op het perceel [locatie]. [appellant] vreest voor een beperking in zijn bedrijfsvoering, aangezien hij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Op 4 juni 2024 is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning aan de [locatie] waar eveneens door [appellant] tegen is opgekomen en die tot op heden nog niet onherroepelijk is. [maatschap] is gevestigd op het perceel en tevens vergunninghouder van de omgevingsvergunning van 4 juni 2024. Toetsingskader 3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Ontvankelijkheid 4. Zowel de raad als [maatschap] voeren aan dat [appellant] niet-ontvankelijk is in het beroep aangezien hij zijn beroepschrift te laat heeft ingediend. Volgens de raad is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding, omdat de vergunning expliciet is benoemd in de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen en [appellant] het vastgestelde plan had moeten raadplegen. [appellant] voert volgens de raad geen bijzondere omstandigheden aan en heeft zich laten bijstaan door een professionele rechtshulpverlener. Daarbij zijn de financiële belangen van vergunninghouder in het geding. [maatschap] voert eveneens aan dat [appellant] werd bijgestaan door een professionele rechtshulpverlener en benadrukt dat haar belang als derde in het geding is. Ook is volgens [maatschap] het beroepschrift niet zo spoedig mogelijk ingediend als kon worden verlangd. 4.1. Een termijnoverschrijding is verschoonbaar als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dit staat in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten eerste is daarvoor vereist dat de termijnoverschrijding niet aan de indiener kan worden toegerekend. Ten tweede is vereist dat het bezwaarschrift of beroepschrift zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Een termijnoverschrijding kan niet aan de indiener worden toegerekend als er bijzondere omstandigheden zijn bij de indiener, of als de termijnoverschrijding is veroorzaakt door het handelen of nalaten van het bestuursorgaan. 4.2. Vaststaat dat [appellant] het beroepschrift na de beroepstermijn heeft ingediend. In de bekendmaking van het bestemmingsplan stond dat vergunningen verleend tot en met 28 mei 2024 in het bestemmingsplan zijn opgenomen. [appellant] hoefde daarom redelijkerwijs niet te verwachten dat de omgevingsvergunning van 4 juni 2024 voor de bedrijfswoning in de Nota van zienswijzen en het overzicht van ambtshalve wijzigingen was opgenomen en daarmee in het bestemmingsplan was verwerkt. Daargelaten of [appellant] toen werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, was de bekendmaking ook verwarrend voor een professionele rechtsbijstandverlener. De termijnoverschrijding kan gelet hierop niet aan [appellant] worden toegerekend. Verder is de Afdeling van oordeel dat [appellant] het beroepschrift niet verwijtbaar te laat heeft ingediend. [appellant] kon op zich wel bekend zijn met het bestemmingsplan door de bekendmaking daarvan, maar wist en hoefde redelijkerwijs niet te weten dat een bouwvlak was toegekend aan het perceel [locatie], zoals hiervoor is overwogen. Ter zitting gaf [appellant] aan dat hij vanaf 6 februari 2025 bekend kon zijn met de gevolgen van het bestemmingsplan toen het college hem in de bezwaarprocedure informeerde over het bestemmingsplan. [appellant] heeft op 1 maart 2025 het beroepschrift ingediend en hiermee zo spoedig als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. Gelet op het voorgaande is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dat betekent dat het beroep van [appellant] ontvankelijk is. Mocht de raad de omgevingsvergunning inpassen in het bestemmingsplan? 5. [appellant] betoogt dat een bedrijfswoning op de [locatie] in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hierover voert hij aan dat de bedrijfswoning niet noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering en dat hij binnen een reikwijdte van 50 meter van de [locatie] gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. 5.1. De omgevingsvergunning, hoewel nog niet onherroepelijk, vormt een zwaarwegend belang dat de raad moet betrekken bij zijn besluitvorming over het bestemmingsplan (vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling op 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5604, onder 7.1).