Rechtspraak
Raad van State
2026-03-26
ECLI:NL:RVS:2026:1663
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
727 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1663 text/xml public 2026-04-01T10:33:51 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-26 BRS.26.001169 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1663 text/html public 2026-03-24T13:18:02 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1663 Raad van State , 26-03-2026 / BRS.26.001169 Bij besluiten van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. BRS.26.001169 ECLI:NL:RVS:2026:1663 Datum uitspraak: 26 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 5 maart 2026 in zaken nrs. NL25.50869 en NL25.50870 in het geding tussen: [betrokkene A] en [betrokkene B] en de minister. Procesverloop Bij besluiten van 10 oktober 2025 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 5 maart 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier. w.g. Van Gastel voorzieningenrechter w.g. Lodeweges griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2026 625