Rechtspraak Raad van State 2026-03-18
ECLI:NL:RVS:2026:1536
202505993/1/A2. Datum uitspraak: 18 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, en het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (CvB), verweerder. Procesverloop Bij beslissing van 26 augustus 2025 heeft het bestuur van het Amsterdam University College (AUC), namens het CvB, het verzoek van [appellante] om inschrijving voor de opleiding Liberal Arts and Sciences, afgewezen. Bij beslissing van 28 oktober 2025 heeft het CvB het tegen dat besluit gemaakte bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CvB heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 27 januari 2025, waar [appellante] via een videoverbinding, bijgestaan door mr. R. Verspaandonk, en het CvB, vertegenwoordigd door mr. M.J. Wijnen-Verhoek, dr. C. Zonneveld en K.M. Mallarek, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] is een Ierse staatsburger en zij heeft in Ierland het voortgezet onderwijs afgerond. Zij wil de universitaire opleiding Liberal Arts and Sciences, met de major Humanities, volgen aan het AUC in Amsterdam. Het AUC stelt, naast de eis van een diploma vergelijkbaar met het Nederlandse vwo, aanvullende vooropleidingseisen. Voor het studiejaar 2025-2026 stelt zij voor deze opleiding, met major Humanities, onder meer de eis dat de kandidaat wiskunde C heeft behaald met minimaal een 7, of een vergelijkbaar cijfer. 2. In Ierland is er voortgezet onderwijs ‘Higher Level’ en voortgezet onderwijs ‘Ordinary Level’. Bij Higher Level is het hoogste cijfer H1 en het laagste cijfer H8. Bij Ordinary Level is het hoogste cijfer O1 en het laagste cijfer O6. De cijfergemiddelden worden opgenomen in het diploma, het ‘Leaving Certificate’. Op de website van het AUC stond, en in een e-mail van 8 oktober 2024 aan [appellante] staat, dat het AUC van Ierse kandidaten voor wiskunde minimaal het cijfer H4 of O2 verlangt. Daarnaast is het mogelijk om een Online Mathematics Placement Test (OMPT) te behalen en daarmee te voldoen aan de vooropleidingseis van wiskunde. [appellante] heeft het cijfer H6 behaald voor wiskunde. Het is haar niet gelukt om het OMPT te behalen. 3. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage van deze uitspraak. Besluitvorming 4. Het verzoek van [appellante] om inschrijving is afgewezen bij beslissing van 26 augustus 2025, omdat zij volgens het AUC niet minimaal de door het AUC vereiste cijfers heeft behaald en de OMPT niet heeft behaald. Het AUC heeft verder uiteengezet waarom het door [appellante] behaalde cijfer H6 niet gelijkwaardig is aan het cijfer O2. Het CvB heeft bij beslissing van 28 oktober 2025 het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard. Beroep 5. In beroep betoogt [appellante] dat het CvB geen goed begrip heeft van het Ierse cijferwaarderingssysteem. Volgens de Ierse autoriteiten is het door het AUC voorgeschreven cijfer O2 gelijkwaardig aan het door haar behaalde cijfer H6. [appellante] wijst op relevante documenten van de Ierse overheid waaruit dat blijkt, waaronder een verklaring van 18 september 2025 over de vergelijking tussen O2 en H6 van de Chief Examiner for Leaving Certificate Mathematics van de State Examinations Commission, de bevoegde instantie in Ierland die diploma’s in het voortgezet onderwijs toekent, en een verklaring van 8 september 2025 van de Ierse National Council for Curriculum and Assessment. [appellante] betoogt dat zij dus voldoet aan de vooropleidingseis van het wiskundecijfer. Verder geldt specifiek voor het vak wiskunde dat, bij het cijfer H6 en hoger, 25 bonuspunten worden opgeteld, terwijl die bij O2 niet worden toegekend. Daarom is volgens [appellante] H6 bij wiskunde meer dan gelijk aan H4. 6. [appellante] betoogt verder dat haar verzoek om inschrijving niet mocht worden afgewezen zonder om een advies van de N Voor zover kritische wetenschappelijke artikelen over het cijferwaarderingssysteem in het algemeen al zouden kunnen afdoen aan het standpunt van de Ierse overheid, merkt de Afdeling op dat uit de algemene verwijzing van het AUC naar deze artikelen geen concrete aanwijzingen volgen dat H6 niet gelijkwaardig is aan O2. Gelet op het grote gewicht dat toekomt aan het standpunt van de bevoegde Ierse instantie, is de Afdeling van oordeel dat de eigen analyse van het AUC en de verwijzing naar de artikelen onvoldoende zijn om van dat standpunt af te wijken. 12. De Afdeling concludeert daarom dat het AUC bij de beoordeling van het inschrijvingsverzoek van [appellante] moest uitgaan van het standpunt van de Ierse overheid dat het cijfer H6 een aan het cijfer O2 gelijkwaardig niveau weerspiegelt voor het vak wiskunde. Omdat het AUC het cijfer O2 voor het studiejaar 2025-2026 zag als gelijkwaardig aan haar vooropleidingseis van een 7 voor wiskunde C in het vwo, is het cijfer H6 ook gelijkwaardig als bedoeld in appendix 4 van de OER 2025-2026. Daarmee voldoet [appellante] aan de vooropleidingseisen en heeft het CvB daarom ten onrechte geweigerd haar in te schrijven. Dat [appellante] de OMPT niet heeft behaald, is daarom - wat daarvan verder ook zij - niet van belang. 13. Het betoog slaagt. De verdere beroepsgronden behoeven geen bespreking meer. Conclusie 14. Het beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de beslissing op bezwaar van 28 oktober 2025 en herroept de beslissing van 26 augustus 2025. Hierna onder 16 zal de Afdeling uitleggen wat dit betekent voor [appellante]. 15. Het CvB moet de proceskosten vergoeden. Wat betekent deze uitspraak? 16. De conclusie is dat [appellante] voldoet aan de ten tijde van haar aanmelding geldende toelatingseisen en dat het CvB de afwijzing van de aanvraag van [appellante] in de beslissing op bezwaar ten onrechte heeft gehandhaafd. De uitkomst van de bezwaarprocedure had moeten zijn dat [appellante] alsnog was toegelaten voor studiejaar 2025-2026. Het studiejaar 2025-2026 is echter begonnen op 1 september 2025 en de Afdeling doet deze uitspraak op 18 maart 2026. De Afdeling kan [appellante] daarom geen rechtsherstel bieden door haar met onmiddellijke ingang toe te laten, omdat er nog maar enkele maanden van het studiejaar resteren en zij het onderwijs tot nu toe niet heeft gevolgd. Daarom hoeft het CvB geen nieuwe beslissing te nemen op de aanvraag om inschrijving voor het studiejaar 2025-2026. Op de zitting heeft [appellante] verder aangegeven dat het doel van haar beroep is om te bewerkstelligen dat zij wordt ingeschreven voor het studiejaar 2026-2027. Op de website van het AUC is, voor kandidaten met een Ierse vooropleiding, voor de major Humanities in studiejaar 2026-2027 alleen het cijfer H4 voor wiskunde aangemerkt als bewijs dat een gelijkwaardig niveau is behaald, en is het cijfer O2 daarvan verwijderd. Om [appellante] effectief rechtsherstel te geven, moet het CvB haar, als zij een verzoek om toelating voor het studiejaar 2026-2027 doet, toelaten op grond van de inschrijvingsvoorwaarden van studiejaar 2025-2026, met inachtneming van deze uitspraak. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt de beslissing op bezwaar van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam van 28 oktober 2025, kenmerk 2025-129193; III. herroept de beslissing van het bestuur van het Amsterdam University College, namens het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, van 26 augustus 2025; IV. veroordeelt het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam in de door [appellante] in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; V. gelast dat het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam het door [appellante] betaalde griffie