Rechtspraak
Raad van State
2026-03-19
ECLI:NL:RVS:2026:1485
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
609 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1485 text/xml public 2026-03-25T10:33:28 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-19 BRS.26.000867 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1485 text/html public 2026-03-16T16:11:04 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1485 Raad van State , 19-03-2026 / BRS.26.000867 Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. BRS.26.000867 ECLI:NL:RVS:2026:1485 Datum uitspraak: 19 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 16 februari 2026 in zaak nr. NL26.5665 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 16 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.T.V. Le, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. De Poorter lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vos griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026 644-1149