Rechtspraak Raad van State 2026-03-11
ECLI:NL:RVS:2026:1371
202204580/1/R4. Datum uitspraak: 11 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant A] en [appellante B] ([appellant]), wonend in Nunspeet, appellanten, en de raad van de gemeente Nunspeet, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a." vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] en Landgoed De Grote Bunte B.V. hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak gevoegd met de zaken nrs. 202403599/1/R4 en 202403875/1/R4 op een zitting behandeld op 31 oktober 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. L.M.A. Schrieder, rechtsbijstandsverlener in Apeldoorn, en de raad, vertegenwoordigd door mr. I.M.C. van Leeuwen, advocaat in Arnhem, en mr. E. Bouma, zijn verschenen. Verder is op zitting Landgoed De Grote Bunte B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 26 januari 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het parapluplan voorziet in regels over twee verschillende onderwerpen. Ten eerste heeft de raad regels gesteld voor onzelfstandige bewoning binnen woonbestemmingen. Ten tweede heeft de raad regels gesteld voor logies voor arbeidsmigranten en seizoenarbeiders. Tegen dat laatste komt [appellant] op. [appellant] woont aan de [locatie] in Nunspeet, naast Landgoed De Grote Bunte. Op het landgoed worden arbeidsmigranten gehuisvest en [appellant] ondervindt daar overlast van. Hij komt op tegen het parapluplan, omdat het plan volgens hem mogelijk maakt dat zonder meer grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten wordt toegestaan op het landgoed. Volgens [appellant] past de huisvesting niet en kan dat ook niet worden ingepast vanwege de ligging in de bebouwde kom, ingeklemd tussen twee woonwijken. Ontvankelijkheid 3. De raad stelt zich op het standpunt dat [appellant] geen belanghebbende is bij het hele parapluplan, maar alleen voor zover het plan ziet op het landgoed. 3.1. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan alleen een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Maar bij uitspraak van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953, heeft de Afdeling - tegen de achtergrond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7 - overwogen dat aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is, maar die wel een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit op basis van de in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid daartoe, in beroep niet zal worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is. De Afdeling stelt vast dat een ieder zienswijzen naar voren kon brengen over het ontwerpparapluplan. [appellant] heeft gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Daarom ziet de Afdeling geen aanleiding om te beoordelen of [appellant] belanghebbende is bij het hele parapluplan. Toetsingskader bestemmingsplannen 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimt