Rechtspraak Raad van State 2026-03-18
ECLI:NL:RVS:2026:1322
202504370/1/A2. Datum uitspraak: 18 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2025 in zaak nr. 24/8259 in het geding tussen: [appellant] en de Dienst Wegverkeer (de RDW). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de RDW een verzoek van [appellant] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] te wijzigen, afgewezen. Bij besluit van 10 september 2024 heeft de RDW het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 30 juni 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De RDW heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2025, waar [appellant], bijgestaan door M.U. Sahin, rechtsbijstandverlener in Hof van Twente, en de RDW, vertegenwoordigd door mr. M. Arends en mr. F. Schuring, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten volgens het Unierecht beschikken over een voor toelating op die markt vereiste Europese typegoedkeuring. Voor de Europese typegoedkeuring moeten zij onder meer de CO2-uitstoot van hun voertuigen vaststellen. Dit gebeurde vóór 1 september 2017 met de zogenoemde NEDC-test (New European Driving Cycle). Vanaf 1 september 2017 geldt voor alle nieuwe voertuigmodellen de WLTP-test (Worldwide harmonised Light-duty vehicle Test Procedure). Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. De WLTP-test is nauwkeuriger dan de NEDC-test en resulteert in een hogere CO2-uitstoot. Tot 1 januari 2021 is een overgangsmaatregel ingevoerd: de correlatiemethode NEDC2. Dit is een formule om de WLTP-waarde om te zetten naar een lagere waarde die de NEDC-waarde moet benaderen. De fabrikant noteert de CO2-uitstoot op een certificaat van overeenstemming (CVO), dat aan de eerste koper van een voertuig wordt verstrekt en, gedurende een periode van tien jaar na de fabricagedatum van het voertuig, op verzoek aan een opvolgende eigenaar van het voertuig. 2. De RDW registreert de CO2-uitstoot van een voertuig in het kentekenregister. In Nederland is de CO2-uitstoot onder meer van belang voor het bepalen van de hoogte van de belasting op grond van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (bpm). Hoe hoger de CO2-uitstoot, hoe hoger de bpm. De aanleiding voor deze zaak is dat [appellant] een naheffingsaanslag bpm heeft ontvangen van de inspecteur van de Belastingdienst. Volgens de Belastingdienst blijkt namelijk uit het kentekenregister van de RDW dat de CO2-uitstoot van het voertuig hoger is dan [appellant] bij de bpm-aangifte heeft opgegeven. 3. [appellant] heeft het voertuig uit Tsjechië ingevoerd. Om het voertuig in het Nederlandse kentekenregister in te schrijven, heeft hij het Tsjechische kentekenbewijs overgelegd. Omdat daarop geen CO2-uitstoot en een onvolledige Europese typegoedkeuring waren vermeld, heeft de RDW de CO2-uitstoot zelf berekend volgens de zogenoemde Scandinavische rekenmethode. Bij de inschrijving in het Nederlandse kentekenregister heeft de RDW een WLTP-C02-uitstoot van 186 gr/km voor het voertuig geregistreerd. 4. Omdat de registratie in het kentekenregister volgens [appellant] onjuist is, heeft hij bij de RDW een verzoek ingediend op grond van artikel 43e van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) om de CO2-uitstoot te wijzigen. Volgens hem is de WLTP-CO2-uitstoot niet 186 gr/km, maar 141 gr/km. Ter onderbouwing van die stelling heeft hij een lijst met 188 volgens hem gelijksoortige referentievoertuigen overgelegd, die alle met een WLTP-CO2-uitstoot van 141 gr/km staan geregistreerd in het Nederlandse kentekenregister. 5. De RDW heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens Als de CO2-uitstoot niet kan worden overgenomen van het geharmoniseerd kentekenbewijs, wordt deze overgenomen van het CVO, als dat is overgelegd. In het CVO, het ‘geboortebewijs’ van het voertuig, heeft de fabrikant in het Europese typegoedkeuringstraject aan de hand van alle parameters op het voertuig zelf de CO2-uitstoot van het betreffende voertuig vastgesteld. Het komt voor dat uit de database geen exacte waarde van de CO2-uitstoot voor het voertuig volgt, maar een range. De CO2-uitstoot van hetzelfde type voertuigen kan afhankelijk van de gekozen accessoires namelijk verschillen. Als op het geharmoniseerd kentekenwijs geen CO2-uitstoot staat en het CVO niet is overgelegd, registreert de RDW de hoogste waarde uit de range. Als de CO2-uitstoot niet op een van deze wijzen kan worden vastgesteld en ook geen andere documentatie beschikbaar is waaruit de CO2-uitstoot blijkt, past de RDW de Alternatieve voorschriften en wijze van keuren toe, waarbij voor de berekening van de CO2-waarde is aangesloten bij de Scandinavische rekenmethode. Heeft [appellant] aannemelijk gemaakt dat de geregistreerde CO2-uitstoot moet worden gewijzigd? 9. In deze zaak ligt niet de herregistratie van het voertuig in Nederland voor, maar het verzoek van [appellant] om op grond van artikel 43e van de Wvw 1994 de bij de herregistratie vastgestelde CO2-uitstoot te wijzigen. Op grond van die bepaling kan een belanghebbende, als hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een gegeven onjuist in het kentekenregister is opgenomen, onder opgave van die redenen aan de RDW een verzoek doen tot wijziging van dat gegeven. 10. In dit geval hebben de Tsjechische autoriteiten een "technische basisbeschrijving van het voertuig", waarop de volledige Europese typegoedkeuring staat, toegestuurd. De RDW heeft desgevraagd op de zitting bij de Afdeling verklaard dat nummer niet te hebben ingevoerd in de Europese database om de CO2-uitstoot op te halen, omdat dat document niet de status heeft van een geharmoniseerd kentekenbewijs of CVO. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2026:1320, moet een belanghebbende in de gelegenheid worden gesteld om bij een verzoek op grond van artikel 43e van de Wvw 1994 ook met andere beschikbare documentatie dan die in de interne werkwijze is genoemd, aannemelijk te maken dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot niet juist is. Naar het oordeel van de Afdeling is de overgelegde technische basisbeschrijving een dergelijk ander document. De technische basisbeschrijving is goedgekeurd door het Tsjechische Ministerie van Transport. Niet valt in te zien waarom aan dit document geen waarde kan worden toegekend. De RDW heeft dat document ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij de behandeling van het bezwaar. Dat betekent dat het besluit van 10 september 2024 onzorgvuldig is voorbereid. Het betoog slaagt in zoverre. 11. [appellant] heeft verder een lijst met 188 referentievoertuigen overgelegd. Voor al deze voertuigen heeft de RDW een WLTP-CO2-uitstoot van 141 gr/km geregistreerd in het kentekenregister. De referentievoertuigen hebben hetzelfde Europese typegoedkeuringsnummer als het desbetreffende voertuig. Deze voertuigen hebben ook dezelfde uitvoering, variant, maximumvermogen, brandstof, massa rijklaar, cilinderinhoud en wielbasis als het desbetreffende voertuig. Verder ligt de datum van eerste toelating van al deze referentievoertuigen, net als die van het desbetreffende voertuig, in 2020. Ook is niet in geschil is dat zowel de referentievoertuigen als het desbetreffende voertuig een NEDC2-CO2-uitstoot van 125 gr/km hebben. De Afdeling is van oordeel dat in dit geval kan worden aangenomen dat de referentievoertuigen behoren tot een categorie voertuigen die op essentiële punten identiek zijn, als bedoeld in bijlage II, deel B, behorend bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststel