Rechtspraak
Raad van State
2025-11-24
ECLI:NL:RVS:2025:5685
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
797 tokens
Inleiding
202405519/4/R2.
Datum beschikking: 24 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
het college van burgemeester en wethouders van Altena,
verzoeker
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 16 april 2025, in zaak nr. 202405519/1/R2, bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 16 april 2025 heeft de Afdeling opgedragen om binnen 26 weken na de verzending daarvan de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2025, heeft de Afdeling gevraagd om deze termijn te verlengen.
De Afdeling heeft bij brieven van 13 oktober 2025 de betrokken partijen, in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren.
[wederpartij] en anderen hebben een reactie ingediend.
Overwegingen
1. Het college heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn met 12 weken om de gelegenheid te hebben om het oordeel in de uitspraak van 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1568, van de Afdeling in de zaak over het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2013, Mastdreef naast nr. 20", vastgesteld door de raad van de gemeente Breda, te kunnen betrekken bij het herstelbesluit. In die zaak heeft de Afdeling een vergelijkbare opdracht gegeven, zo stelt het college.
2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
3. Gelet op de door het college gegeven toelichting op zijn verzoek, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen. In de zaak die het college noemt is een op onderdelen gelijke rechtsvraag aan de orde of met het inzetten van ruimtelijke titels is voldaan aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
De Afdeling is daarom van oordeel dat het bevorderlijk is voor een efficiënte rechtsbedeling en een efficiënte inzet van publieke middelen door de gemeente Altena om het college de gelegenheid te geven het (eind) oordeel van de Afdeling af te wachten over die rechtsvraag in de zaak over het bestemmingsplan in Breda.
De Afdeling zal de termijn verlengen tot en met 12 weken nadat de in de zaak waarin op 9 april 2025 uitspraak is gedaan met nr. ECLI:NL:RVS:2025:1568, opnieuw uitspraak is gedaan, dan wel die zaak op een andere wijze is beëindigd.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 16 april 2025 bepaalde termijn tot en met 12 weken nadat de in de zaak waarin op 9 april 2025 uitspraak is gedaan met nr. ECLI:NL:RVS:2025:1568, opnieuw uitspraak is gedaan, dan wel die zaak op een andere wijze is beëindigd.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Scheele, griffier.
w.g. Hoekstra
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Scheele
griffier
723