Rechtspraak
Raad van State
2025-10-28
ECLI:NL:RVS:2025:5144
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
594 tokens
Inleiding
BRS.25.001524
ECLI:NL:RVS:2025:5144
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 oktober 2025 in zaak nr. NL25.28274 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij tussenuitspraak van 4 september 2025 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.
De minister heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Bij uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank het door betrokkene ingestelde beroep tegen het besluit van 25 juni 2025 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op de in deze zaak spelende belangen, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Van Dijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2025
967