Rechtspraak
Raad van State
2025-10-08
ECLI:NL:RVS:2025:4983
Bestuursrecht
Hoger beroep
433 tokens
Inleiding
202501205/1/A3.
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2025 in zaak nr. 24/2083 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Openbare zitting gehouden op 8 oktober 2025 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
griffier: mr. S. Langeveld
jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen
Verschenen:
het college, vertegenwoordigd, mr. L. Langen;
Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college het Woo-verzoek afgewezen.
Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.
Met de uitspraak van 15 januari 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van dit besluit in stand gelaten.
Het hoger beroep richt zich deze uitspraak, voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten.
Dictum
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
De Afdeling onderschrijft de overwegingen 9 tot en met 17 van de rechtbank. Dit betekent:
- dat het college terecht de reikwijdte van het verzoek heeft beperkt tot wat verzoeker zelf in diens verzoek heeft aangegeven;
- dat voldoende zorgvuldig is gezocht naar het gevraagde document;
- dat niet aannemelijk is dat de gevraagde rapportage en daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen onder het college berustten.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Langeveld
griffier
317-1158