Rechtspraak
Raad van State
2025-10-08
ECLI:NL:RVS:2025:4982
Bestuursrecht
Hoger beroep
948 tokens
Inleiding
202406696/1/A3.
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], gevestigd in Arnhem,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2024 in zaak nr. 22/3592 in het geding tussen:
[appellant]
en
Autoriteit Persoonsgegevens.
Openbare zitting gehouden op 8 oktober 2025 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
griffier: mr. S. Langeveld
jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen
Verschenen:
[appellant];
Autoriteit Persoonsgegevens, vertegenwoordigd door mr. N. Hmoumou en A. Karimi;
Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de AP de klacht van [appellant] niet verder onderzocht.
Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de AP het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 oktober 2024 het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.
Dictum
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
De AP heeft een zorgvuldig globaal bureauonderzoek verricht. Op grond van haar bevindingen heeft de AP gemotiveerd aangegeven waarom dit onderzoek niet uitwees dat regels op de naleving waarvan zij moet toezien, zijn overtreden. Deze motivering is niet onbegrijpelijk. Op grond van de haar gebleken feiten en omstandigheden mocht de AP beslissen af te zien van verder onderzoek. Dit zou haar veel inspanning kosten en verhinderen belangrijk ander onderzoek te doen. Mede gelet op de prioriteringscriteria die de AP begrijpelijkerwijs hanteert, mocht de AP afzien van verder onderzoek. De rechtbank vond dit ook en heeft dus een juiste uitspraak gedaan.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Langeveld
griffier
317-1158
Inleiding
202406696/1/A3.
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], gevestigd in Arnhem,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2024 in zaak nr. 22/3592 in het geding tussen:
[appellant]
en
Autoriteit Persoonsgegevens.
Openbare zitting gehouden op 8 oktober 2025 om 12:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
griffier: mr. S. Langeveld
jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen
Verschenen:
[appellant];
Autoriteit Persoonsgegevens, vertegenwoordigd door mr. N. Hmoumou en A. Karimi;
Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de AP de klacht van [appellant] niet verder onderzocht.
Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de AP het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 oktober 2024 het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.
Dictum
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
De AP heeft een zorgvuldig globaal bureauonderzoek verricht. Op grond van haar bevindingen heeft de AP gemotiveerd aangegeven waarom dit onderzoek niet uitwees dat regels op de naleving waarvan zij moet toezien, zijn overtreden. Deze motivering is niet onbegrijpelijk. Op grond van de haar gebleken feiten en omstandigheden mocht de AP beslissen af te zien van verder onderzoek. Dit zou haar veel inspanning kosten en verhinderen belangrijk ander onderzoek te doen. Mede gelet op de prioriteringscriteria die de AP begrijpelijkerwijs hanteert, mocht de AP afzien van verder onderzoek. De rechtbank vond dit ook en heeft dus een juiste uitspraak gedaan.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Langeveld
griffier
317-1158