Rechtspraak
Raad van State
2025-09-30
ECLI:NL:RVS:2025:4626
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
1,121 tokens
Inleiding
202503932/1/V2.
Datum uitspraak: 30 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant 1], [appellant 2] en [appellant 3],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 3 juli 2025 in zaken nrs. NL24.51692 en NL24.51695 in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 18 december 2024 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 3 juli 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. A.J. de Boer, advocaat in Sneek, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7.1.2 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025
307-1170
Volledig
ECLI:NL:RVS:2025:4626 text/xml public 2026-04-28T17:00:11 2025-09-30 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2025-09-30 202503932/1/V2 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:4626 text/html public 2025-09-30T10:09:30 2025-10-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2025:4626 Raad van State , 30-09-2025 / 202503932/1/V2 Bij besluiten van 18 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. 202503932/1/V2. Datum uitspraak: 30 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant 1], [appellant 2] en [appellant 3], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 3 juli 2025 in zaken nrs. NL24.51692 en NL24.51695 in het geding tussen: appellanten en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 18 december 2024 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juli 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. A.J. de Boer, advocaat in Sneek, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7.1.2 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier. w.g. Verburg lid van de enkelvoudige kamer w.g. Graat griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025 307-1170