Rechtspraak
Raad van State
2025-09-29
ECLI:NL:RVS:2025:4590
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
987 tokens
Inleiding
202504369/1/V2.
Datum uitspraak: 29 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 8 juli 2025 in zaak nr. NL24.21957 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 8 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Özkara, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2025
309-1169
Volledig
ECLI:NL:RVS:2025:4590 text/xml public 2026-04-02T10:18:15 2025-09-29 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2025-09-29 202504369/1/V2 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:12367, Niet ontvankelijk Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:4590 text/html public 2025-09-29T08:53:49 2025-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2025:4590 Raad van State , 29-09-2025 / 202504369/1/V2 Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd. Bij uitspraak van 8 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Özkara, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. 202504369/1/V2. Datum uitspraak: 29 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 8 juli 2025 in zaak nr. NL24.21957 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd. Bij uitspraak van 8 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Özkara, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Zwinkels griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2025 309-1169