Rechtspraak
Raad van State
2025-09-24
ECLI:NL:RVS:2025:4511
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
1,150 tokens
Inleiding
202501578/1/V1.
Datum uitspraak: 24 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 26 februari 2025 in zaak nr. 25/1787 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij besluit van 9 januari 2025 heeft het COa appellant overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.
Bij uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. C.J. Ullersma, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 3 tot en met 4.1 en 5 van de uitspraak van de rechtbank over. De reden dat de Afdeling niet ook 4.2 overneemt, is dat die overweging niet bestreden is in hoger beroep.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2025
941-1151
Volledig
ECLI:NL:RVS:2025:4511 text/xml public 2026-04-02T10:05:50 2025-09-24 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2025-09-24 202501578/1/V1 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:2867, Bekrachtiging/bevestiging Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:4511 text/html public 2025-09-24T09:08:08 2025-10-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2025:4511 Raad van State , 24-09-2025 / 202501578/1/V1 Bij besluit van 9 januari 2025 heeft het COa appellant overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen. 202501578/1/V1. Datum uitspraak: 24 september 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 26 februari 2025 in zaak nr. 25/1787 in het geding tussen: appellant en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2025 heeft het COa appellant overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen. Bij uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. C.J. Ullersma, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 3 tot en met 4.1 en 5 van de uitspraak van de rechtbank over. De reden dat de Afdeling niet ook 4.2 overneemt, is dat die overweging niet bestreden is in hoger beroep. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Verburg lid van de enkelvoudige kamer w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2025 941-1151