Rechtspraak
Raad van State
2025-08-25
ECLI:NL:RVS:2025:4063
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
1,062 tokens
Inleiding
202500836/1/V1.
Datum uitspraak: 25 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2025 in zaak nr. NL24.50174 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 9 december 2024, aangevuld op 17 januari 2025, heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gedeeltelijk ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft, hoewel de Afdeling hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025
977
Volledig
ECLI:NL:RVS:2025:4063 text/xml public 2026-05-07T10:31:16 2025-08-25 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2025-08-25 202500836/1/V1 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:1955, Niet ontvankelijk Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:4063 text/html public 2025-08-25T10:54:22 2025-08-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2025:4063 Raad van State , 25-08-2025 / 202500836/1/V1 Bij besluit van 9 december 2024, aangevuld op 17 januari 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. 202500836/1/V1. Datum uitspraak: 25 augustus 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2025 in zaak nr. NL24.50174 in het geding tussen: appellant en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 9 december 2024, aangevuld op 17 januari 2025, heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gedeeltelijk ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft, hoewel de Afdeling hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep. 2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Boon griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2025 977