Rechtspraak
Raad van State
2025-08-13
ECLI:NL:RVS:2025:3848
Bestuursrecht
Hoger beroep
918 tokens
Inleiding
202406950/1/A2.
Datum uitspraak: 13 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Wijk bij Duurstede,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2024 in zaak nr. 24/427 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede (hierna: het college).
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college een de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 5 december 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 juni 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. D.D. Pietersz, advocaat in Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door A. Sanders en D. Wehl, zijn verschenen.
Overwegingen
1. [appellante] is sinds [datum] 2022 gescheiden. De voormalige echtelijke woning is op 1 april 2022 overgedragen aan een nieuwe eigenaar. [appellante] heeft in overwegende mate de zorg voor twee kinderen. De kinderen wonen bij de moeder van [appellante]. Voor [appellante] zelf is aldaar geen ruimte, waardoor zij geen vaste- woon en verblijfplaats heeft. Zij verblijft bij vrienden en kennissen. Dit was voor haar aanleiding om op 31 mei 2023 een urgentieverklaring ten behoeve van het vinden van woonruimte aan te vragen op sociale gronden.
2. [appellante] heeft zich op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
3. In artikel 2.5.1, tweede lid, van de Huisvestingverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Wijk bij Duurstede zijn de algemene voorwaarden opgenomen waaraan een woningzoekende moet voldoen om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen. Dit zijn cumulatieve voorwaarden, wat betekent dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan om voor urgentie in aanmerking te komen.
4. Op grond van de in die bepaling onder b vermelde voorwaarde moet de woningzoekende beschikken over zelfstandige woonruimte in de woningmarktregio. Met de rechtbank en het college concludeert de Afdeling dat [appellante] niet aan deze voorwaarde voldoet. Dat de echtelijke woning meer dan een jaar daarvoor wel beschikbaar kwam, maakt dat niet anders. Het college mocht in redelijkheid het moment van de aanvraag bepalend achten.
5. [appellante] heeft overtuigend uitgelegd dat het voor haar uiterst moeilijk is om zelf te voorzien in zelfstandige woonruimte, vooral omdat haar inkomen niet toereikend is om een woning te kopen of te huren in de vrije sector. Dit betekent echter niet dat aanleiding bestaat voor toepassing van de hardheidsclausule. Met de rechtbank is de Afdeling namelijk van oordeel dat geen sprake is van een levensbedreigende of levensontwrichtende situatie.
Conclusie
6. De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Duijvenbode, griffier.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025
1081