Rechtspraak
Raad van State
2025-08-13
ECLI:NL:RVS:2025:3776
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
631 tokens
Inleiding
BRS.25.000959
ECLI:NL:RVS:2025:3776
Datum uitspraak: 13 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 juli 2025 in zaak nr. NL24.29388 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen vier weken na de dag van de verzending van de uitspraak een verblijfsvergunning asiel te verlenen aan betrokkene met een geldigheidsduur van vijf jaar.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. P.A.E. Engelen, advocaat in Voerendaal, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
mr. M. Soffers
voorzieningenrechter
mr. T. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025
979