Rechtspraak
Raad van State
2025-06-26
ECLI:NL:RVS:2025:2869
Bestuursrecht
Verschoning
494 tokens
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202403062/1/A2, die op 2 juli 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. B.P. Vermeulen (hierna: de staatsraad), die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 25 juni 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat hij als lid van de Afdeling advisering van de Raad van State heeft geadviseerd over de wetsvoorstellen die geleid hebben tot de Huisvestingswet 2014 en tot de wijziging van die wet, in werking getreden in 2024. De rechtsvragen die in de bovengenoemde zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorliggen, hebben mogelijk overlap met de adviezen die de Afdeling advisering over de betreffende wetsvoorstellen heeft gegeven. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
3. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
4. Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2025
473