Rechtspraak
Raad van State
2025-01-27
ECLI:NL:RVS:2025:269
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
523 tokens
Inleiding
202407084/1/V3.
Datum uitspraak: 27 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 november 2024 in zaak nr. NL24.41875 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 25 oktober 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 14 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.R. Weegenaar, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 21 november 2024. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Anders dan de vreemdeling heeft aangevoerd was er op 21 november 2024 namelijk geen verstoring van het digitaal systeem van de Raad van State. In het digitale systeem is op die datum ook geen activiteit van de gemachtigde van de vreemdeling geregistreerd. De vreemdeling heeft zijn stelling dat hij zijn hogerberoepschrift op die datum niet kon indienen, omdat de Raad van State digitaal onbereikbaar was, verder niet aannemelijk gemaakt.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2025
47