Rechtspraak
Raad van State
2025-06-11
ECLI:NL:RVS:2025:2571
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
409 tokens
Inleiding
202502023/2/A2.
Datum uitspraak: 11 juni 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van bestuur van de Universiteit Leiden (hierna: het college),
verweerder.
Procesverloop
[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van 16 april 2025.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 21 mei 2025, waar het college, vertegenwoordigd door mr. F.M.Y Coladarci en prof. dr. F.A. Klok, is verschenen. [verzoeker] heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202502023/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:2506, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Daarom is geen sprake meer van een geding. Gelet hierop wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
2. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Hazen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2025
452-1159