Rechtspraak
Raad van State
2025-05-07
ECLI:NL:RVS:2025:1994
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
469 tokens
Inleiding
202406482/2/R4.
Datum uitspraak: 7 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Soest,
verzoekers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Soest,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 september 2024 heeft het college het wijzigingsplan "Kerkstraat 56-58" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] beroep ingesteld.
[verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Bunte Vastgoed B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 10 januari 2025, waar [verzoekers], bijgestaan door mr. H.K.P. Yildiz, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door D. Bogers, zijn verschenen. Verder is op de zitting De Bunte, vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:1980, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2. Het college hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J.C. Robben, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Robben
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025
610-947