Rechtspraak
Raad van State
2024-11-01
ECLI:NL:RVS:2024:4431
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
782 tokens
Inleiding
202403211/2/R2.
Datum uitspraak: 1 november 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend in Deurne,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Deurne,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 1 november 2024 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. A.B. Blomberg, voorzieningenrechter;
griffier: mr. M. Scheele.
Verschenen via een videoverbinding:
[verzoeker A] e.a., vertegenwoordigd door mr. L. Pronk, advocaat te Helmond;
de raad, vertegenwoordigd door A. Willems en E. Schrijver;
[partij]., vertegenwoordigd door [gemachtigde].
Het verzoek gaat over het besluit van de raad van 27 februari 2024, waarbij het bestemmingsplan ‘Vlierdenseweg ong., Deurne’ is vastgesteld.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
De reden daarvoor is als volgt:
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 10 december 2021 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft
Beoordeling
3. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Die termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, op de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 4 april 2024 bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in het gemeenteblad, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is begonnen op 5 april 2024 en geëindigd op 16 mei 2024.
4. Het beroepschrift van verzoekers is op 17 mei 2024 bij de Afdeling ingediend, dat wil zeggen één dag na het verstrijken van de beroepstermijn. Verzoekers hebben een beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding gedaan, maar daarbij geen redenen aangevoerd die naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn aan te merken als bijzondere omstandigheden waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim waren.
5. Gelet op het voorgaande zal het beroep van verzoekers in de bodemprocedure naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
6. De raad hoeft geen proceskosten te betalen.
w.g. Blomberg
voorzieningenrechter
w.g. Scheele
griffier
723