Rechtspraak
Raad van State
2024-09-27
ECLI:NL:RVS:2024:3904
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
592 tokens
Inleiding
202206796/3/R3.
Datum beschikking: 27 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
de raad van de gemeente Hellendoorn,
verzoeker
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 29 mei 2024, in zaak nr. 202206796/1/R3, bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 29 mei 2024 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 augustus 2024, heeft de raad de Afdeling gevraagd om deze termijn te verlengen.
Overwegingen
1. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 13 november 2024, omdat de raad niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft de raad aan dat het onder meer in verband met de vakantieperiode niet mogelijk is om het gebrek, dat betrekking heeft op het niet verrichten van onderzoek naar de gevolgen van het plan voor het uitzicht vanuit het appartement van Kroeze, de lichtinval in dat appartement en de mogelijkheid tot onderhoud van de zijgevel van dat appartement, binnen de gestelde termijn te herstellen.
2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
3. Gelet op de door verzoeker gegeven toelichting op zijn verzoek, terwijl [partij A] en [partij B] niet te kennen hebben gegeven bezwaar te hebben tegen deze beperkte verlenging van de termijn, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen tot en met 13 november 2024.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 29 mei 2024 bepaalde termijn tot en met 13 november 2024.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.
w.g. Van Ravels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Plambeck
griffier
159-1091