Rechtspraak
Raad van State
2024-09-26
ECLI:NL:RVS:2024:3882
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
476 tokens
Inleiding
202405634/2/V2.
Datum uitspraak: 26 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling]
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 'sHertogenbosch, van 7 augustus 2024 in zaak nr. NL23.20961 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de richtlijn tijdelijke bescherming).
Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
voorzieningenrechter
w.g. Van de Sluis
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 september 2024
984