Rechtspraak
Raad van State
2024-08-15
ECLI:NL:RVS:2024:3325
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
550 tokens
Inleiding
202405003/2/V3.
Datum uitspraak: 15 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 augustus 2024 in zaak nr. NL24.23228 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd.
Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de minister hem moet behandelen als ware hem de toegang niet geweigerd en dat hij niet wordt uitgezet hangende het hoger beroep.
2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2024
962