Rechtspraak
Raad van State
2024-08-08
ECLI:NL:RVS:2024:3244
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
593 tokens
Inleiding
202404341/2/A3.
Datum uitspraak: 8 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend in Maastricht,
verzoekster,
en
de burgemeester van Maastricht,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 8 augustus 2024 om 13:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
Griffier: mr. L.E.E. Konings
Verschenen:
[verzoekster], bijgestaan door mr. J.I.T. Sopacua, advocaat in Rotterdam;
De burgemeester, vertegenwoordigd door mr. T.J.T. Goessens;
Procesverloop
Het verzoek richt zich tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 18 juli 2024 dat de burgemeester hangende zijn hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 juni 2024 in zaak nr. 24/2643 en 24/2647 heeft genomen, ter uitvoering van die uitspraak.
Dit nieuwe besluit op bezwaar wordt, gelet op artikel 6:24 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van het geding bij de Afdeling.
[verzoekster] heeft gronden gericht tegen het nieuwe besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
I. schorst het besluit op bezwaar van 18 juli 2024 totdat is beslist op het beroep tegen dit besluit;
II. veroordeelt de burgemeester van Maastricht tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.750,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de burgemeester van Maastricht aan [verzoekster] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 279,- voor de behandeling van het verzoek vergoedt.
Gronden
De uitspraak van de rechtbank Limburg die in hoger beroep door de burgemeester wordt aangevallen, laat geen ruimte om met inachtneming van deze uitspraak bij nieuwe beslissing op bezwaar opnieuw te besluiten tot een sluiting voor drie maanden.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Konings
griffier
612