Rechtspraak
Raad van State
2024-07-08
ECLI:NL:RVS:2024:2850
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
939 tokens
=== VOLLEDIG ===
202305695/1/R2.
Datum uitspraak: 8 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in Tilburg,
appellant,
en
de raad van de gemeente Tilburg,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 8 juli 2024 om 14:45 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad: mr. J.F. de Groot, voorzitter
griffier: mr. R.M. Ahmady-Pikart
jurist: mr. M. Hoekstra
Verschenen:
[appellant];
De raad, vertegenwoordigd door M.D. van Luffelen en D.J. Kersten;
Veldhovenring B.V., vertegenwoordigd door mr. X.P.C. Wynands en [gemachtigde].
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 6 juli 2023, waarbij het bestemmingsplan "Groeseind 2017, 3e herziening (Veldhovenring 37-39)" is vastgesteld.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Redenen voor dit oordeel:
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 6 juli 2023 is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van het besluit bepalend.
2. De raad heeft het besluit van 6 juli 2023 niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening vastgesteld. De raad heeft namelijk voldoende rekening gehouden met de beschermde status van de monumentale zomereik, die moet worden gesnoeid om het plan uit te voeren. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen beperkte snoei schadelijke gevolgen heeft voor de boom. De raad heeft toegelicht dat het snoeiadvies in de boomeffectanalyse een voortzetting is van het huidige snoeibeheer en dat de snoei juist noodzakelijk is voor het behoud van de boom.
3. De raad heeft zich daarnaast op het standpunt mogen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant]. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat de opstelling van de nieuw te realiseren appartementen, ten opzichte van de binnentuin en de appartementen die zijn gerealiseerd op de plek van de voormalige Wilhelminaschool, zal leiden tot onaanvaardbare geluidhinder voor [appellant], omdat de bebouwing niet uitzonderlijk dicht op elkaar staat, geen bijzondere situering heeft en het plan ook geen uitzonderlijke woondichtheid mogelijk maakt. Dat sprake zal zijn van een klankkasteffect dat leidt tot onaanvaardbare hinder ook bij regulier gebruik van de nieuw te realiseren appartementen heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt. De Afdeling wijst er daarbij op dat de bestaande ommuring bij realisatie van het plan zal verdwijnen en dat wat in artikel 3.5.1 van de planregels is geregeld in elk geval zal bewerkstelligen dat een substantieel van de tot het plangebied behorende buitenruimten een groene inrichting zal krijgen. De raad hoefde voor dit aspect daarom geen akoestisch onderzoek te laten verrichten.
4. De raad heeft zich tot slot op het standpunt mogen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy en het uitzicht van [appellant]. De Afdeling betrekt daarbij dat de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt in stedelijk gebied. De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat enige beperking van de privacy in een dergelijke woonomgeving niet leidt tot onevenredige gevolgen. De Afdeling realiseert zich dat een nieuw appartementencomplex gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat van [appellant], maar dat maakt niet dat de raad deze gevolgen ook onaanvaardbaar had moeten achten.
5. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. De Groot
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Ahmady-Pikart
griffier
638-1092