Rechtspraak
Raad van State
2024-07-09
ECLI:NL:RVS:2024:2782
Bestuursrecht
Wraking
759 tokens
Inleiding
202401752/2/A2.
Datum beslissing: 9 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.
Procesverloop
Tijdens de zitting op 9 juli 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.M. Wissels (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202401752/1/A2.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De staatsraad heeft een schriftelijke reactie gegeven, die aan [verzoeker] is verstrekt.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op een zitting behandeld op 9 juli 2024, waar [verzoeker] is verschenen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord
Overwegingen
Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.
1. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat uit de gang van zaken op zitting blijkt dat de staatsraad hem wantrouwt en de wederpartij zonder meer vertrouwt. Hij wijst er in dit verband op dat de staatsraad ervan uitging dat hij de zitting met zijn telefoon wilde opnemen en dat de wederpartij dat niet zou doen. Volgens [verzoeker] is de staatsraad vooringenomen.
2. Het niet toestaan van het maken van opnamen van de zitting is een beslissing van de staatsraad die onder meer het goede verloop van de zitting betreft. De vraag of dit soort beslissingen juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat het instrument van wraking volgens vaste jurisprudentie niet is bedoeld om als een rechtsmiddel tegen dergelijke processuele beslissingen te worden gebruikt. Dit soort processuele beslissingen kunnen alleen leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, als die procesbeslissing, eventueel in combinatie met andere omstandigheden, een zeer duidelijke aanwijzing oplevert dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid van de staatsraad die die procesbeslissing heeft genomen.
Uit het door [verzoeker] geschetste verloop van de zitting kan niet worden afgeleid dat er sprake is een feit of omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het enkele feit dat hij zich anders behandeld voelt dan het bestuursorgaan is daartoe niet voldoende, omdat dat verschil in behandeling is terug te voeren op het feit dat hij nadrukkelijk kenbaar maakte dat hij de zitting wilde opnemen. De Afdeling wijst er in dit verband op dat de staatsraad in haar schriftelijke reactie heeft aangegeven dat [verzoeker] zijn telefoon omhoog hield en desgevraagd aangaf dat zij ervan uit moest gaan dat alles zou worden opgenomen.
Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, voorzitter, mr. J.C.A. de Poorter en mr. N.H. van den Biggelaar, leden van de meervoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Venema
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
473