Rechtspraak
Raad van State
2024-06-27
ECLI:NL:RVS:2024:2634
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
553 tokens
Inleiding
202307479/1/V2
Datum uitspraak: 27 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 8 november 2023 in zaken nrs. NL23.15433 en NL23.15434 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat te Kapelle, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdelingen hebben gereageerd.
Overwegingen
1. De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 17 mei 2024 laten weten dat de vreemdelingen zelfstandig uit Nederland zijn vertrokken. De gemachtigde van de vreemdelingen heeft desgevraagd op 4 juni 2024 laten weten dat zij vrijwillig naar Jordanië zijn vertrokken. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdelingen niet langer daadwerkelijk bescherming in Nederland zoeken. Dat de vreemdelingen volgens de gemachtigde hebben verklaard het hoger beroep te willen handhaven en nog steeds een asielvergunning in Nederland te willen krijgen maakt dat niet anders. Daarom hebben de vreemdelingen geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024
987