Rechtspraak
Raad van State
2024-04-17
ECLI:NL:RVS:2024:1545
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
650 tokens
Inleiding
202300592/2/R1.
Datum uitspraak: 17 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], gevestigd te Lutjewinkel, gemeente Hollands Kroon,
verzoeker,
en
de raad van de gemeente Hollands Kroon,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie A]" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2024, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde],.bijgestaan door mr. S. Smit, advocaat te Alkmaar, en de raad, vertegenwoordigd door B. Visser, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], bijgestaan door mr. T.P. Tjeerdsma en mr. J.G.L. van Nus, beiden advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2024:1529, heeft de Afdeling uitspraak gedaan in de hoofdzaak. De Afdeling heeft het beroep van [verzoeker] gegrond verklaard en het besluit van 24 november 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "[locatie A]" vernietigd.
Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2. Gelet op de uitkomst in de hoofdzaak moet de raad de proceskosten vergoeden. Ook ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de raad het door [verzoeker] betaalde griffierecht moet vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. veroordeelt de raad van de gemeente Hollands Kroon tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de raad van de gemeente Hollands Kroon het door [verzoeker] voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van € 184,00.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.
w.g. Steendijk
voorzieningenrechter
w.g. Deen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2024
604