Rechtspraak
Raad van State
2024-04-03
ECLI:NL:RVS:2024:1456
Bestuursrecht
Wraking
474 tokens
Inleiding
202400782/2/A2.
Datum beslissing: 3 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.
Procesverloop
Tijdens de zitting op 3 april 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.J. Borman (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202400782/1/A2.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust.
De staatsraad heeft een schriftelijke reactie ingediend, die op de zitting aan [verzoeker] is voorgelezen.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op een zitting behandeld op 3 april 2024, waar [verzoeker] is verschenen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
Overwegingen
Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.
1. De wrakingsgrond van [verzoeker] is erin gelegen dat hem vanaf het begin van de zitting niet voldoende gelegenheid is gegeven om zijn standpunten toe te lichten zo uitvoerig als hij nodig vond, gelet op de complexiteit van de zaak en de vrees om later in de beslissing tegengeworpen te krijgen dat hij zijn standpunten niet voldoende heeft toegelicht. [verzoeker] betoogt dat het aan hem is om te bepalen wanneer de behandeling voltooid is en niet aan de voorzitter.
2. Uit de concept zittingsaantekeningen volgt het beeld dat [verzoeker] mede aan de hand van een pleitnota in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunten toe te lichten en te antwoorden op vragen van de staatsraad.
Dictum
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzitter, en mr. J.Th. Drop, en J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Meijer
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
473