Rechtspraak
Raad van State
2023-03-13
ECLI:NL:RVS:2023:994
Bestuursrecht
Verschoning
465 tokens
Procesverloop
Ten aanzien van zaken nrs. 202100255/1/A2 en 202100734/1/A2, die beide gelijktijdig op 22 maart 2023 op zitting zullen worden behandeld, heeft staatsraad mr. J.M. Willems (hierna: de staatsraad), die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 10 maart 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. De zaken die op 22 maart 2023 op zitting worden behandeld betreffen twee gelijkluidende herzieningsverzoeken van twee verzoekers. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat het haar bij de voorbereiding van bovenvermelde zaken is gebleken dat zij, als lid van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, betrokken is geweest bij een civiele procedure van één van de verzoekers over deze kwestie. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft zij verzocht zich te mogen verschonen.
3. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
4. Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. R. Uylenburg en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2023
473