Rechtspraak
Raad van State
2023-10-19
ECLI:NL:RVS:2023:3881
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
510 tokens
Inleiding
202306395/1/A2.
Datum uitspraak: 19 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend te Alphen aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn,
appellant,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer (hierna: het centraal stembureau),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 19 oktober 2023 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter
Staatsraad mr. N. Verheij, lid
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Griffier: mr. M. Rijsdijk
Verschenen:
[appellant];
Het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Bijl en mr. S.F. Mohamed Hoesein;
De VVD en D. Yeşilgöz, vertegenwoordigd door mr. A. Achbab;
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 13 oktober 2023, waarbij de kandidatenlijst van de VVD, met daarop D. Yeşilgöz als kandidaat, geldig is verklaard.
[appellant] betoogt dat er zeer ernstige actuele strafrechtelijke bezwaren bestaan tegen het opnemen van kandidaat D. Yeşilgöz op de kandidatenlijst van de VVD.
Dictum
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Gronden
In artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet is limitatief en dwingendrechtelijk geregeld wanneer het centraal stembureau een kandidaat van een kandidatenlijst moet schrappen. Dit betekent dat het centraal stembureau een kandidaat alleen van een lijst mag schrappen als dit uitdrukkelijk in artikel I 6 is vermeld. In dat geval is het centraal stembureau ook verplicht om de kandidaat te schrappen.
Het door [appellant] aangedragen bezwaar staat niet als reden voor schrapping in de Kieswet vermeld. Het centraal stembureau heeft kandidaat D. Yeşilgöz daarom terecht niet van de kandidatenlijst van de VVD geschrapt.
Gelet hierop hoeft het centraal stembureau geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Rijsdijk
griffier
705