Rechtspraak
Raad van State
2023-06-27
ECLI:NL:RVS:2023:2539
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
637 tokens
=== VOLLEDIG ===
202203073/1/R2.
Datum uitspraak: 27 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend te Werkendam, gemeente Altena,
en
de raad van de gemeente Altena,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 27 juni 2023 om 15:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. M. Scheele
jurist: mr. E.J. Oude Nijhuis
Verschenen:
[appellant] en [gemachtigde A];
de raad, vertegenwoordigd door M. Koevoets;
Transito Investments B.V., initiatiefnemer, vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en [gemachtigde C].
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 8 maart 2022, waarbij het bestemmingsplan "Beatrixhaven, Biesboschhaven en Steurgat - Herziening [locatie] Werkendam" is vastgesteld.
De Afdeling
verklaart het beroep ongegrond.
redenen voor dit oordeel:
De Afdeling is van oordeel dat [appellant] belanghebbende is en dat de relativiteit niet aan haar kan worden tegengeworpen omdat haar woon- en leefklimaat verweven is met het bouwen in het buitendijks gebied ter plaatse van de voormalige veerhaven.
De raad heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het bestemmen van het perceel aan de [locatie] met een bedrijfswoning en bedrijfspand, in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
De Afdeling overweegt dat [appellant] in de huidige situatie een vrij uitzicht heeft op de rivier en dat dit uitzicht met de in dit plan voorziene ontwikkeling deels weggenomen zal worden. In dit geval behoort het perceel aan de [locatie], inclusief bedrijfshal en bedrijfswoning, echter tot het bestaande industrieterrein aan de Merwede waarop al lange tijd bedrijvigheid en bebouwing is toegestaan die door de raad in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt geacht. Met dit bestemmingsplan beoogt de raad inderdaad een omissie te herstellen.
Gelet hierop tast het wederom mogelijk maken van bebouwing op deze locatie de belangen van [appellant] niet onevenredig aan. In dit verband is relevant dat de maximale bouwhoogte ten opzichte van de vorige bebouwingsmogelijkheden is verlaagd naar 8,7 meter.
Een eventuele vergoeding wegens geleden planschade valt buiten deze procedure.
Het beroep slaagt niet.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Scheele
griffier
723-1045