Rechtspraak
Raad van State
2023-06-14
ECLI:NL:RVS:2023:2346
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
603 tokens
Inleiding
202301525/2/A3.
Datum uitspraak: 14 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Beuningen,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 januari 2023 in zaken nrs. 22/4098 22/4099 in het geding tussen:
[wederpartij A] en [wederpartij B],
en
het college.
Openbare zitting gehouden op 14 juni 2023 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
griffier: mr. L.M. Greben
Verschenen:
het college, vertegenwoordigd door mr. B.P. Koster en A. Stoel;
[wederpartij A], bijgestaan door mr. D. Gürses.
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 27 januari 2023 van de rechtbank Gelderland. Daarin heeft de rechtbank de beroepen van [wederpartijen] gegrond verklaard, de besluiten op bezwaar van 14 juli 2022 vernietigd, de besluiten van 3 en 26 november 2021 herroepen, en het college opgedragen om binnen vier weken na verzending van de uitspraak de in de basisregistratie personen (hierna: brp) geregistreerde gegevens van [wederpartijen] te wijzigen, zoals vermeld in de uitspraak.
Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de gegevens in de brp niet hoeven te worden gewijzigd, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Dictum
De voorzieningenrechter:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college de persoonsgegevens van [wederpartijen] niet hoeft te wijzigen, voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Gronden
- ter zitting heeft Gürses laten weten dat hij nog een nader document wil overleggen, namelijk een internationaal paspoort.
- het college heeft toegezegd dit paspoort bij de behandeling van de hoofdzaak te betrekken bij de vraag of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde stukken volgt dat de gevraagde persoonsgegevens juist zijn.
- onder deze omstandigheden verzet [wederpartij A] zich niet tegen het treffen van een voorlopige voorziening.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Greben
griffier
851